Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

Zorgverzekeraars en nevenbedrijf

De Zorgverzekeringswet geeft zorgverzekeraars de mogelijkheid activiteiten op het gebied van zorginkoop en zorgaanbod te ontplooien. Hoe verhoudt deze mogelijkheid zich tot het verbod op nevenbedrijf uit de Wet op het financieel toezicht (art. 3:36 Wft) en welke uitzonderingen bestaan hierop?

Gepubliceerd: 19 juni 2019

Bekijk eerdere versies in het archief

Verzekeraars oefenen in beginsel geen ander bedrijf uit dan het bedrijf waarvoor de vergunning is verleend. De achterliggende reden hiervoor is dat nevenactiviteiten risico’s kunnen inhouden voor de soliditeit van de verzekeraar. Polishouders mogen geen financieel nadeel ondervinden van het feit dat hun verzekeraar nevenactiviteiten verricht.

Toelichting

Niet alle nevenactiviteiten van de verzekeraar leveren een verboden nevenbedrijf op. Het uitgangspunt bij de beoordeling van een nevenactiviteit is dat de verzekeraar te allen tijde zijn activiteiten organisatorisch, bestuurlijk en financieel zodanig vormgeeft dat de daaruit voortvloeiende risico’s beperkt en beheersbaar blijven. Tevens houden de activiteiten geen onacceptabel risico in voor de polishouders. De verzekeraar toont bij DNB aan dat de risico’s, verbonden aan de onderscheiden activiteiten voldoende zijn geborgd.

Relevant voor de zorgverzekeraars

DNB heeft specifiek beleid ontwikkeld over de nevenactiviteiten bij zorgverzekeraars. Uitgangspunt hierbij is dat de zorgverzekeraar zijn bedrijfsactiviteiten beperkt tot eigen verzekerden. Op structurele basis bedrijfsmatig optreden ten behoeve van niet-eigen verzekerden wordt in beginsel als verboden nevenbedrijf beschouwd.

Zorgaanbod binnen de entiteit van de verzekeraar is toegestaan in de vorm van naturaverstrekking aan uitsluitend de eigen verzekerden. In beginsel is dit geen nevenactiviteit. DNB hanteert de volgende uitgangspunten bij de beoordeling of activiteiten van zorgverzekeraars toegestane nevenactiviteiten zijn:

  • Deelnemingen in een zorginstelling worden benaderd als belegging en kwalificeren dus niet als ‘nevenactiviteiten’. Hiervoor gelden dus ook dezelfde eisen met betrekking tot de beheersing en wettelijke voorschriften (o.a. spreidingsregels).

  • Directievoering over en exploitatie van andere ondernemingen is toegestaan, mits dit gebeurt ter ondersteuning van de hoofdactiviteit verzekeren. Dit moet statutair zijn vastgelegd.

  • Bij het verlenen van zorg door een verzekeraar bezit deze, als risicobeheersingsmaatregel, over voldoende inhoudelijke kennis van het zorgaanbod op directieniveau.

Ontdek gerelateerde artikelen