Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

19 april 2018 Algemeen
Een man loopt langs de entree van het Toorop-gebouw

De vergrijzing heeft een structureel opwaarts effect op de loonontwikkeling op macroniveau. Daarnaast is een conjunctureel leeftijdseffect zichtbaar: tijdens een recessie staat de loongroei onder een opwaartse druk, terwijl die neerwaarts uitpakt gedurende een economische opleving.

Leeftijd loont

Doordat ouderen gemiddeld meer verdienen dan jongeren heeft een ouder wordend personeelsbestand, als alle andere omstandigheden gelijk blijven, een opwaarts effect op de loongroei. Naast dit structurele effect speelt ook de conjunctuur een rol. In een recessie vinden slechts weinig werkzoekenden een baan. Dit treft vooral jongeren, waardoor de gemiddelde leeftijd van de werkenden stijgt en de loongroei hoger uitvalt dan bij een gelijkblijvende leeftijdsopbouw. Tijdens de economische opleving van de afgelopen jaren werden juist relatief veel jongeren aangenomen, wat op macroniveau de loongroei heeft gedrukt.


Grafiek 1 Leeftijdseffect
Bijdrage aan mutatie uurloon (pp)

Grafiek 1 Leeftijdseffect drukt loongroei tijdens economisch herstel.

bron:CBS

Het leeftijdseffect: naast vergrijzing ook invloed van conjunctuur

Het effect van de leeftijdsopbouw op de loonontwikkeling is voor Nederland in kaart gebracht voor de periode 2007-2016. Hierbij wordt voor elk jaar gekeken naar het verschil tussen de feitelijke loonontwikkeling en de loonontwikkeling als de leeftijdssamenstelling in dat jaar onveranderd zou zijn gebleven. Het verschil wordt aangeduid als het “leeftijdseffect.” Grafiek 1 toont het leeftijdseffect tussen 2007 en 2016. In de meeste jaren is het leeftijdseffect positief. Dit effect is gerelateerd aan de vergrijzing van de beroepsbevolking.

Wat meteen opvalt in Grafiek 1, is dat de veranderende leeftijdssamenstelling, ondanks de vergrijzing, een substantieel neerwaarts effect had op de loongroei in de periode 2015 en 2016. Dit heeft te maken met de opleving van de economie in deze jaren. In goede tijden worden er relatief meer jongere mensen aangenomen, die over het algemeen een lager uurloon verdienen, waardoor de gemiddelde loongroei wordt gedrukt. In een recessie geldt het omgekeerde: juist de jongere (flexibelere) werknemers worden als eerste aan de kant gezet door bedrijven. Dit verklaart de relatief sterk positieve leeftijdseffecten in 2009 en 2010.