Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

24 januari 2019 Toezicht

Toezicht

In deze factsheet geeft De Nederlandsche Bank (DNB) een toelichting op het proces van de beoordeling door DNB van een voorgenomen internationale collectieve waardeoverdracht (CWO) door een Nederlands pensioenfonds of premiepensioeninstelling (ppi) naar een pensioeninstelling in een andere lidstaat.

Bevoegdheid van een pensioenfonds of ppi om mee te werken, maar voorafgaande goedkeuring van De Nederlandsche Bank vereist

Artikel 90a Pensioenwet (Pw) bepaalt onder welke voorwaarden een pensioenfonds of ppi bevoegd is om mee te werken aan een CWO naar een pensioeninstelling uit een andere lidstaat. Artikel 90a Pw is ingevoerd als gevolg van de implementatie van de EU-Richtlijn (EU 2016/2341) betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. Hiermee zijn de bestaande voorwaarden voor een internationale CWO binnen de Europese Unie verduidelijkt en aangevuld.

Bij een CWO van een pensioenfonds of ppi naar een pensioeninstelling uit een andere lidstaat is zowel voorafgaande toestemming vereist van DNB als voorafgaande goedkeuring van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de pensioeninstelling uit de andere lidstaat haar zetel heeft. Ook is voor de collectieve waardeoverdracht goedkeuring nodig van een tweederdemeerderheid van de deelnemers en gewezen deelnemers en een tweederdemeerderheid van de pensioengerechtigden die hebben gereageerd op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek. Ten slotte, voor zover van toepassing, is ook instemming vereist van de werkgever.

Voorts gelden er nog eisen en voorwaarden met betrekking tot de beoordeling van de gevolgen van de CWO, de besluitvorming van het pensioenfonds of of ppi, instemming door belanghebbenden en beheerste transitie. Zie hiervoor de Q&A Uitgangspunten beoordeling internationale collectieve waardeoverdracht van een pensioenfonds of premiepensioeninstelling naar een pensioeninstelling uit een andere lidstaat. Hierin wordt tevens aangegeven welke onderbouwing DNB verwacht te ontvangen van de betrokken pensioenuitvoerders bij de aanvraag tot goedkeuring van een voorgenomen CWO.

Proces op hoofdlijnen van een aanvraag tot goedkeuring van een CWO van een pensioenfonds of ppi naar een pensioeninstelling uit een andere lidstaat

1.De (officiële) aanvraag tot goedkeuring van een voorgenomen CWO van een Nederlands pensioenfonds of ppi naar een pensioeninstelling uit een andere lidstaat wordt door de pensioeninstelling uit de andere lidstaat ingediend bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar die pensioeninstelling is gevestigd.

2.De bevoegde autoriteiten uit de betreffende andere lidstaat moeten goedkeuring verlenen voor de aangevraagde CWO.

3.De bevoegde autoriteiten van de andere lidstaat kunnen echter alleen goedkeuring verlenen voor de aangevraagde CWO indien DNB de bevoegde autoriteiten heeft meegedeeld toestemming te verlenen voor de CWO. Er geldt dus een dubbel instemmingsvereiste: door de bevoegde autoriteiten uit de andere lidstaat en DNB.

4.De bevoegde autoriteiten uit de andere lidstaat sturen op grond van Richtlijn EU 2016/2341 na ontvangst onverwijld de aanvraag tot goedkeuring van de CWO door naar DNB.

5.DNB deelt de resultaten van haar beoordeling binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag tot goedkeuring met de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaat. DNB deelt de uitkomsten van haar beoordeling ook met de pensioeninstelling uit de andere lidstaat en met het Nederlandse pensioenfonds of de ppi.

6.Indien DNB geen toestemming verleent, kunnen de bevoegde autoriteiten uit de andere lidstaat niet anders dan aan de aanvrager, binnen drie maanden na indiening van de formele aanvraag, een besluit sturen dat geen goedkeuring wordt verleend voor de CWO. Tegen deze weigering kan de pensioeninstelling uit de andere lidstaat beroep instellen bij de rechter in die andere lidstaat.
7.Indien DNB wel toestemming verleent, zal DNB dit ook binnen de gestelde acht weken aan de bevoegde autoriteiten uit die andere lidstaat meedelen. Dan zullen de bevoegde autoriteiten uit die andere lidstaat nog zelfstandig bepalen of zij ook instemmen met de voorgenomen CWO. De goedkeuring van DNB leidt dus niet automatisch tot een goedkeuring door de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaat.

Vooroverleg met DNB is vaak behulpzaam

Een CWO is een complex besluit en complex proces voor een pensioenfonds, dat binnen een korte periode door DNB moet worden beoordeeld. Die complexiteit neemt nog verder toe als een niet in Nederland gevestigde pensioeninstelling bij de CWO betrokken is.

Uit ervaring bij nationale CWO’s blijkt dat vooroverleg met DNB behulpzaam is ter voorbereiding op de formele aanvraag en bij een beoordelingsproces door DNB. DNB raadt pensioenfondsen of ppi’s die overwegen mee te werken aan een internationale collectieve waardeoverdracht daarom sterk aan al ruim vóór de formele aanvraag tot goedkeuring door de pensioeninstelling uit de andere lidstaat met DNB in overleg te treden. Dan kan in overleg worden bepaald welke informatie verstrekt moet worden om een goed oordeel te kunnen vellen. Ook bestaat er dan voldoende tijd om over vragen of documenten met DNB in overleg te treden.

Bij de aanvraag tot goedkeuring door de pensioeninstelling uit de andere lidstaat bij de bevoegde autoriteiten uit die lidstaat moet bepaalde informatie worden verstrekt. Die aanvraag en die informatie wordt door de bevoegde autoriteiten aan DNB verstrekt. Deze informatie zal veelal niet voldoende zijn om een volledig en duidelijk inzicht te krijgen van de gevolgde besluitvorming bij het pensioenfonds of ppi (inclusief de evenwichtige belangenafweging bij deze besluitvorming) en of er sprake is van een adequate risicobeheersing in het geval van een transitie. Zie hiervoor in meer detail de Q&A Uitgangspunten beoordeling internationale collectieve waardeoverdracht van een pensioenfonds of premiepensioeninstelling naar een pensioeninstelling uit een andere lidstaat.

Als de verstrekte informatie of toelichting niet voldoende is om toestemming te verlenen, zal DNB binnen de daarvoor geldende termijn van acht weken het verzoek om toestemming van de CWO moeten afwijzen.