Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

03 november 2020 Toezicht Toezichtlabel Factsheet

Volgens de Pensioenwet moeten werkgever en werknemer het karakter van de pensioenovereenkomst expliciet vastleggen: een pensioenovereenkomst is een uitkeringsovereenkomst, een kapitaalovereenkomst of een premieovereenkomst. Hierdoor ontstaat duidelijkheid over wie welke risico´s loopt. In de Pensioenwet is een aantal voorschriften opgenomen dat betrekking heeft op de inhoud van de pensioenovereenkomst. Per type overeenkomst kunnen andere vereisten gelden.

De vastgestelde premie

In geval van een premieovereenkomst sluiten werkgever en werknemer een pensioenovereenkomst, waarbij de werkgever een vastgestelde pensioenpremie betaalt. Deze premie is een vast bedrag of een vast percentage van het jaarsalaris of de pensioengrondslag. Het is ook mogelijk een premie op te nemen, die zich volgens een staffel ontwikkelt. Deze staffel moet dan wel voldoen aan de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid. De hoogte van het pensioen staat niet vooraf vast. De hoogte van het uiteindelijke pensioen is onder andere afhankelijk van de ingelegde premies, de kosten en de rendementen.

Risico´s

Het langlevenrisico (dit is het risico dat meer mensen ouder worden dan verwacht) en het beleggingsrisico kunnen gedurende de opbouwfase bij de werknemer liggen. Bij wie de risico´s liggen, moet blijken uit de premieovereenkomst.

Premieovereenkomst

In de Pensioenwet zijn drie soorten premieovereenkomsten opgenomen.

  • Een zuivere premieovereenkomst waarbij de premies tot aan de pensioendatum worden belegd. Het langlevenrisico en het beleggingsrisico liggen in dit geval gedurende de opbouwfase bij de werknemer.
  • Een premieovereenkomst waarbij de premies onmiddellijk worden omgezet in een aanspraak op kapitaal. Hierbij ligt het beleggingsrisico bij de pensioenuitvoerder. Het langlevenrisico is voor rekening van de werknemer.
  • Een premieovereenkomst waarbij de premies meteen na het beschikbaar stellen, worden omgezet in een aanspraak op een uitkering. Zowel het langlevenrisico als het beleggingsrisico komt voor rekening van de pensioenuitvoerder.

Variabele uitkering

Deelnemers met een premieovereenkomst of een kapitaalovereenkomst kunnen kiezen voor een vaste uitkering of een (geheel of gedeeltelijk) variabele pensioenuitkering. Hierdoor worden deelnemers bij de omzetting van hun opgebouwde pensioenkapitaal in een pensioenuitkering minder afhankelijk van de rentestand op één moment én kan na de pensioeningangsdatum worden doorbelegd. Tegenover de kans op hogere pensioenuitkeringenstaat dat deelnemers meer risico’s dragen in de uitkeringsfase. Zie hiervoor de factsheet over de Wet verbeterde premieregeling.

Een variabele uitkering kan variëren op basis van 3 factoren: het beleggingsrisico, de ontwikkeling van de levensverwachting en het sterfteresultaat.

sector

  • Pensioenfondsen
  • Premiepensioeninstellingen
  • Verzekeraars