Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

01 april 2021 Toezicht Toezichtlabel Q&A

Vraag:

Welke minimaal te hanteren groeivoeten voor de prijs- en loonindexcijfers als bedoeld in het tweede lid van artikel 23a Besluit ftk dienen pensioenfondsen in 2021 te gebruiken voor het eerste jaar van het ingroeipad?

Antwoord:

De groeivoeten voor het prijs- en loonindexcijfer voor het eerste jaar van het ingroeipad die gelden vanaf 1 april 2021 zijn de CPB-ramingen uit maart 2021:

  • Ten aanzien van het prijsindexcijfer: voor 2021 1,9%
  • Ten aanzien van het loonindexcijfer: voor 2020 1,6%

Toelichting

In het tweede lid van artikel 23a Besluit ftk is vastgelegd dat pensioenfondsen in de eerste vijf prognosejaren voor de daar te hanteren minimale verwachtingswaarden voor de groeivoeten via een vastgelegde systematiek toe moeten werken naar de minimale verwachtingswaarden voor de groeivoeten voor de langere termijn (1,9% groeivoet van het prijsindexcijfer en 2,3% groeivoet van het loonindexcijfer[1]). Dit wordt het ‘ingroeipad’ genoemd. Dat is onder andere relevant bij het opstellen van een herstelplan of bij het vaststellen van de premie (indien gedempt wordt op basis van verwacht rendement).

Op grond van het tweede lid van artikel 23a Besluit ftk maakt DNB elk kwartaal bekend welke groeivoeten pensioenfondsen voor het eerste jaar van het ingroeipad dienen te gebruiken. In deze Q&A wordt daaraan invulling gegeven. De bekend gemaakte groeivoeten zijn afkomstig van het CPB. In lijn met de memorie van toelichting bij artikel 23a van het Besluit ftk wordt als prijsindex de “afgeleide nationale consumentenprijsindex” van het CPB gebruikt. Als loonindex de door het CPB gebruikte index “contractlonen in alle sectoren”.[2]

Wellicht ten overvloede zij opgemerkt dat DNB op grond van het tweede lid van artikel 23a van het Besluit ftk de onderdelen a en b slechts twee groeivoeten bekend maakt. Het betreft de groeivoet van het prijsindexcijfer enerzijds en de groeivoet van het loonindexcijfers anderzijds, beide van het jaar 1 van het ingroeipad. In de onderdelen c, d en e wordt een interpolatie bedoeld tussen de groeivoeten in jaar 1 en de minimale verwachtingswaarden voor de groeivoeten op de lange termijn in jaar 5. De groeivoeten voor jaar 1 volgen uit de indexcijfers voor jaar 1 en het daaraan voorafgaande jaar, zoals benoemd in de onderdelen a en b. Hiermee wordt invulling gegeven aan het ingroeipad waarmee de commissie parameters een ingroei wil realiseren van het actuele naar het structurele niveau van deze parameters. Op grond van de recente CPB-ramingen en het tweede lid van artikel 23a Besluit ftk ziet het ingroeipad er als volgt uit:

Ingroeipad

Minimaal te hanteren
groeivoet prijsindex

Minimaal te hanteren
groeivoet loonindex

Jaar 1 - 2021

1,9000%

1,6000%

Jaar 2 - 2022

1,9000%

1,7750%

Jaar 3 - 2023

1,9000%

1,9500%

Jaar 4 - 2024

1,9000%

2,1250%

2025 e.v.

1,9000%

2,3000%

Toepassing ingroeipad

Als bijvoorbeeld geïndexeerd wordt per 1 januari van een boekjaar, waarbij die indexatie gebaseerd is op de groeivoet van een prijsindexcijfer (een loonindexcijfer) over het voorgaande boekjaar, dan bedraagt voor de bedoelde berekeningen in artikel 23a, lid 1 van het Besluit ftk de minimale indexatie per 1 januari 2022 1,9% (1,6%), per 1 januari 2023 1,9% (1,775%), enzovoort.

Eerder geldende groeivoeten

De tabel hieronder geeft de groeivoeten voor het prijs- en loonindexcijfer voor het eerste jaar van het ingroeipad weer volgens eerdere CPB-ramingen:

Datum [3]

Op basis van CPB-raming van

Prijsindexcijfer

Loonindexcijfer

6 Oktober 2015

September 2015

0,7%

1,4%

13 Januari 2016

December 2015

0,9%

1,7%

1 April 2016

Maart 2016

0,5%

1,6%

1 Juli 2016

Juni 2016

0,3%

1,8%

1 Oktober 2016

September 2016

0,1%

1,8%

1 Januari 2017

December 2016

0,9%

1,6%

1 April 2017

Maart 2017

1,6%

1,7%

1 Juli 2017

Juni 2017

1,4%

1,6%

1 Oktober 2017

September 2017

1,4%

1,4%

1 Januari 2018

December 2017

1,5%

2,1%

1 April 2018

Maart 2018

1,6%

2,1%

1 Juli 2018

Juni 2018

1,4%

2,0%

1 Oktober 2018

September 2018

1,3%

2,1%

1 Januari 2019

December 2018

1,3%

2,6%

1 April 2019

Maart 2019

1,2%

2,6%

1 Juli 2019

Juni 2019

1,6%

2,4%

1 Oktober 2019

September 2019

1,5%

2,4%

1 Januari 2020

December 2019

1,7%

2,8%

1 April 2020

Maart 2020

1,7%

2,9%

1 Juli 2020

Juni 2020

1,4%

2,6%

1 Oktober 2020

September 2020

1,6%

2,6%

1 januari 2021

December 2020

1,2%

1,3%

[1] Met ingang van 1 januari 2020 zijn deze minimale verwachtingswaarden voor de groeivoeten verlaagd tot 1,9% (was 2,0%) resp. 2,3% (was 2,5%) (wijziging Besluit FTK n.a.v. het advies Commissie Parameters)
[2] Prognoses van de prijsindex “afgeleide nationale consumentenprijsindex” wordt door het CPB in reguliere publicaties als Macro Economische Verkenningen (MEV) en Centraal Economisch Plan (CEP) gepubliceerd. Dat geldt niet voor de loonindex “contractlonen in alle sectoren”. In de MEV en het CEP wordt alleen de loonindex “contractlonen markt” gepubliceerd, niet de “contractlonen in alle sectoren”.
[3] Sinds 1 april 2016 wordt de herziening van de publicatie van de groeivoeten van het loon- en prijsindexcijfer in het kader van het ingroeipad telkens per de eerste van het kalenderkwartaal gepubliceerd.

Relevant voor:

  • Pensioenfondsen