Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

06 februari 2017 Toezicht Toezichtlabel Factsheet

In sommige situaties heeft de deelnemer die op het punt staat om met pensioen te gaan de mogelijkheid om met zijn pensioenkapitaal een uitkering in te kopen bij een andere pensioenuitvoerder dan de pensioenuitvoerder waar hij dit kapitaal heeft opgebouwd (shoprecht). Dit zogenaamde ‘shoppen’ kan alleen voorkomen bij premie- of kapitaalovereenkomsten. Bij uitkeringsovereenkomsten is van een shopmogelijkheid nooit sprake.

Met de Wet verbeterde premieregelingen zijn de Pensioenwet-bepalingen omtrent het shoppen aangepast. In deze factsheet wordt uiteengezet welke regels er op dit moment gelden ten aanzien van shoppen.

In welke gevallen heeft de deelnemer in een premie- of kapitaalregeling het recht om bij pensioeningang met het pensioenkapitaal bij een andere pensioenuitvoerder een variabele uitkering aan te kopen?

Shoprecht voor deelnemers bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling
In artikel 81 PW is het recht geregeld van een (gewezen) deelnemer met een premie- of kapitaalovereenkomst bij een verzekeraar, om met het kapitaal op pensioendatum een uitkering in te kopen bij een andere pensioenuitvoerder (shoppen). In artikel 81a PW is datzelfde recht opgenomen voor de (gewezen) deelnemer bij een premiepensioeninstelling (ppi). Dit ‘shoprecht’ geeft het recht om een vaste dan wel variabele uitkering aan te kopen bij een andere verzekeraar of ppi. Ook is aankoop van een (vaste of variabele) uitkering mogelijk bij een pensioenfonds, mits betrokkene daar al pensioenaanspraken had staan.

Shoprecht voor deelnemers in een verplichte regeling bij een pensioenfonds
Met de Wet verbeterde premieregeling (Wvp) is de beperkte shopmogelijkheid voor deelnemers bij een pensioenfonds (artikel 80 PW) gewijzigd. Tot de inwerkingtreding van voornoemde wet hadden pensioenfondsen de bevoegdheid om deelnemers in een premie- of kapitaalovereenkomst te laten shoppen (80 lid 1 PW). Met de Wvp is, in afwijking van het eerste lid, in 80 lid 2 PW, voor de deelnemer een recht op shoppen gecreëerd, in bepaalde omstandigheden. Bij premie- of kapitaalovereenkomsten die het pensioenfonds als basispensioenregeling uitvoert (d.w.z. dat de deelnemer verplicht deelneemt) is er shoprecht bij de volgende omstandigheden:

  1. Het pensioenfonds biedt alleen vaste uitkeringen aan, en de deelnemer wil een variabele uitkering aanschaffen,
  2. Het pensioenfonds biedt alleen variabele uitkeringen aan, en de deelnemer wil een vaste uitkering aanschaffen. In deze situatie bestaat er echter geen shoprecht indien de deelnemer al vóór de pensioeningangsdatum is toegetreden tot een toedelingskring waarop een collectief toedelingsmechanisme voor het beleggingsrisico wordt toegepast.

Als een pensioenfonds zowel een vaste als een variabele uitkering aanbiedt, is er dus geen shoprecht voor de deelnemer, maar kan de deelnemer kiezen tussen een vaste of variabele uitkering bij zijn eigen fonds.

Shoprecht voor deelnemers in een vrijwillige regeling bij een pensioenfonds
Er is niet altijd sprake van een recht op shoppen in het geval het niet om basispensioenregeling gaat, maar om een vrijwillige pensioenregeling. Onder een vrijwillige pensioenregeling worden de opties verstaan die de pensioenregeling biedt waar de deelnemer voor kan kiezen. Netto-pensioenregelingen zijn per definitie vrijwillige pensioenregelingen.
Op deze vrijwillige pensioenregelingen zijn de taakafbakeningsbepalingen in de PW van toepassing (de artikelen 119 en 120 PW), die extra eisen stellen aan door pensioenfondsen uitgevoerde regelingen. Op grond van deze eisen moet een vrijwillige pensioenregeling bij een pensioenfonds ofwel aan de eis voldoen dat de werkgever tenminste 10% van de premie betaalt, ofwel aan de eis dat de uitkering wordt ingekocht in de basisregeling. In het geval de regeling niet aan de eerste, maar aan laatstgenoemde eis voldoet, is er geen sprake van een shoprecht: verplichte inkoop in de basisregeling van het fonds betekent automatisch dat het pensioenkapitaal niet naar een andere pensioenuitvoerder overgedragen kan worden.


Zijn er wijzigingen op komst in het shoprecht?

Tijdens de behandeling van de wet verbeterde premieregeling in de Eerste Kamer is uitvoering over het shoprecht gesproken, en heeft staatssecretaris Klijnsma toegezegd te bezien of daar wijzigingen in zullen komen.

Zie citaat hieronder uit de brief aan de EK dd 30 mei 2016 (nr 34 255, nr. L)

“Wel zal ik op korte termijn in overleg met het pensioenveld onderzoeken in hoeverre de taakafbakeningseisen belemmerend kunnen zijn voor een goede uitvoering van variabele uitkeringen in de vorm van vrijwillige pensioenvoorzieningen die door pensioenfondsen worden aangeboden, waarbij eerlijke concurrentieverhoudingen tussen pensioenfondsen en verzekeraars uiteraard een belangrijk aandachtspunt zullen blijven.”

Daarnaast heeft de staatssecretaris in een brief van 11 juli 2016 (kamerstuknummer 32043, nr. 338) aangegeven dat zij de pensioenwetgeving zal aanpassen om mensen die in de periode van 1 januari 2014 tot 8 juli 2015 een vast en levenslang pensioen hebben ingekocht, en toen geen gebruik hebben kunnen maken van de ‘pensioenknip’, een alternatief te bieden in de vorm van een variabele uitkering (“herkansing”).

sector

  • Pensioenfondsen
  • Verzekeraars