Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

11 juli 2011 Toezicht

Toezicht

Vraag:

Aan welke eisen dient de bedrijfsvoering van een premiepensioeninstelling te voldoen?

Antwoord:

De eisen met betrekking tot de bedrijfsvoering vallen uiteen in twee delen; namelijk integere en beheerste bedrijfsvoering. In de artikelen 3:10, 3:17 en 4:14 van de Wet op het Financieel Toezicht (Wft) worden voor een premiepensioeninstelling de eisen voor integere en beheerste bedrijfsvoering beschreven.

Integere bedrijfsvoering

Integere bedrijfsvoering van het bedrijf wordt behandeld in Hoofdstuk 3 van het Besluit Prudentiele Regels Wft (Bpr). In dit hoofdstuk worden de eisen van de artikelen 3:10 en 3:17 van de Wft verder uitgewerkt. Hierbij gaat het onder meer over het tegengaan van belangenverstrengeling, wetsovertredingen en/of andere handelingen die maatschappelijk ongewenst zijn. Deze handelingen kunnen het vertrouwen in de premiepensioeninstelling schaden. Artikel 3:10 en artikel 3:17 van de Wft geeft aan dat onder integere bedrijfsvoering in ieder geval het volgende wordt verstaan:

  1. belangenverstrengeling wordt tegengegaan;
  2. wordt tegengegaan dat de premiepensioeninstelling of haar werknemers strafbare feiten of andere wetsovertredingen begaan die het vertrouwen in de premiepensioeninstelling of in de financiële markten kunnen schaden;
  3. wordt tegengegaan dat wegens haar cliënten het vertrouwen in de premiepensioeninstelling of in de financiële markten kan worden geschaad; en
  4. wordt tegengegaan dat andere handelingen door de premiepensioeninstelling of haar werknemers worden verricht die op een dusdanige wijze ingaan tegen hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in de premiepensioeninstelling of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad.

Beheerste bedrijfsvoering

Beheerste uitoefening van het bedrijf wordt behandeld in Hoofdstuk 4 van het Bpr. Het gaat hier om het beheersen van bedrijfsprocessen en bedrijfsrisico's bij de bedrijfsvoering. Artikel 17 van de Bpr geeft aan dat onder beheerste bedrijfsvoering in ieder geval het volgende wordt verstaan:

  1. een duidelijke en adequate organisatiestructuur;
  2. een duidelijke en adequate verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden;
  3. een adequate vastlegging van rechten en verplichtingen;
  4. eenduidige rapportagelijnen; en
  5. een adequaat systeem van informatievoorziening en communicatie.

De bedrijfsvoering is afgestemd op de aard, omvang, risico's en complexiteit van de werkzaamheden van de premiepensioeninstelling. Ook beschikt de premiepensioeninstelling over een adequate functiescheiding met het oog op een beheerste bedrijfsvoering.