Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

16 december 2019 Algemeen Toezichtlabel Economische Ontwikkelingen en Vooruitzichten
Winkelstraat Amsterdam

In de halfjaarlijkse Economische Ontwikkelingen en Vooruitzichten staan de voorspellingen van DNB voor de Nederlandse economie centraal. Wij plaatsen deze tegen de achtergrond van de recente nationale en internationale ontwikkelingen.

Samenvatting

De Nederlandse economie blijft de komende twee jaar boven haar capaciteitsgrenzen
presteren, maar het groeitempo gaat wel verder omlaag. In 2019 komt de groei van
het bruto binnenlands product (bbp) op 1,7%, na 2,5% in 2018 en een piek van 3,0% in
2017. De geraamde groei in 2020 en 2021 is 1,4% en 1,1%. Hoewel dit historisch gezien
lage cijfers lijken, liggen de groeipercentages dicht bij de potentiële bbp-groei, zodat
in de gehele ramingsperiode de output gap tamelijk stabiel is rond 2%.

De werkloosheid kruipt omhoog, van 3,4% in 2019 naar 3,6% in 2021. Niettemin blijft
de arbeidsmarkt krap. Tussen 2014 en het begin van dit jaar daalde de werkloosheid
van 7,4% naar 3,3%. In veel sectoren vormt dit een rem op de productiegroei.
Daarnaast draagt de krappe arbeidsmarkt bij aan oplopende loonkosten. Zo stijgen
naar verwachting de contractlonen in 2020 met 2,6% en in 2021 met 2,8%. De hogere
arbeidskosten zijn een belangrijke determinant van de inflatie, die zonder de stijging
van het lage btw-tarief en de verhoging van de energiebelasting in 2019 uitkomt op
1,4%, tegen 1,2% in 2018. Door de hogere indirecte belastingen komt de HICP-inflatie
in 2019 uit op 2,7%, fors hoger dan in 2018 (1,6%). De kerninflatie, exclusief energie en
voeding, zal in 2019 ongeveer 1,9% bedragen en blijft in de twee jaren daarna relatief
hoog, rond 2%.

De bijdrage van de uitvoer aan de bbp-groei valt de komende jaren sterk terug,
vooral door de minder dynamische internationale economische ontwikkeling. De
binnenlandse bestedingen dragen in 2019-2021 het meeste bij aan de bbp-groei.
Die bestedingen bestaan voor het grootste deel uit consumptie door huishoudens.
Door het scherp gedaalde consumentenvertrouwen en de tijdelijk hogere inflatie
groeit de particuliere consumptie in 2019 gematigd (1,4%). In de jaren daarna trekt
de consumptiegroei aan tot achtereenvolgens 2,0% en 2,4%, onder andere door de
lagere inkomstenbelasting in 2020. Naast de bestedingen van huishoudens, dragen
de overheidsbestedingen flink bij aan de economische groei, in het bijzonder in 2020.
In dat jaar daalt het EMU-saldo naar 0,5% van het bbp, na drie jaar met overschotten
tussen 1,3 en 1,5% van het bbp. Het overschot op de overheidsbegroting slaat in 2021
om naar een tekort van 0,2% van het bbp. De groei van de woninginvesteringen
vertraagt naar 2,9% in 2019, 1,5% in 2020 en 0,5% in 2021. Door de strengere
stikstofregulering staat het aantal vergunningen en daarmee de nieuwbouw extra
onder druk. Het drukkende effect daarvan op de bbp-groei blijft in deze raming
beperkt tot circa 0,1%-punt per jaar in de periode 2019-2021, vooral via lagere
investeringen.

Twee alternatieve scenario’s over Brexit geven een idee van de bandbreedte rond de
centrale raming. In het meest negatieve scenario (‘no deal’) valt de economische groei
in Nederland in 2020 en 2021 aanmerkelijk terug, naar gemiddeld 0,6% per jaar. In het
positieve scenario (‘remain’) komt de groei 0,2 procentpunt per jaar hoger uit.

Economische Vooruitzichten DNB - december 2019

2,5MB PDF
Download

Cijferreeks EOV – december 2019

160KB XLSX
Download