Update FATF-waarschuwingslijsten februari 2026
03 maart 2026
Nieuwsbericht toezicht
FATF heeft een update van haar ‘grijze’ en ‘zwarte’ lijsten gepubliceerd.
Lees meer Update FATF-waarschuwingslijsten februari 2026Hoe onderbouwt het pensioenfonds de hoogte van de compensatie per leeftijdscohort?
Gepubliceerd: 24 juni 2025
Om te borgen dat actieve deelnemers geen onevenwichtig nadeel ondervinden van de transitie als geheel zal in voorkomende gevallen compensatie voor de afschaffing van de doorsneesystematiek een opportuun instrument zijn. Compensatie heeft betrekking op gemiste toekomstige pensioenopbouw, omdat de wijze van pensioenopbouw verandert.
Ter onderbouwing van het toekennen van compensatie moet een aantal stappen worden doorlopen. Ten eerste moet het nadeel worden berekend. Vervolgens moeten de leeftijdscohorten die voor compensatie in aanmerking komen worden bepaald. Het is aan de partijen die de pensioenregeling overeenkomen om vast te stellen wat in een specifieke situatie kwalificeert als adequate compensatie. De keuzes omtrent compensatie worden vastgelegd in het transitieplan. Tot slot beoordeelt het pensioenfonds of compensatie adequaat is en past binnen een evenwichtige transitie.
Bij deze drie stappen dient te worden aangesloten bij de berekeningen die worden opgesteld voor de beoordeling van de evenwichtigheid.
Compensatie kan op verschillende wijzen worden vormgegeven. Het fonds dat de compensatieregeling uitvoert kan dit direct bij invaren doen door toedeling van het collectieve vermogen aan de persoonlijke pensioenvermogens. Ook is gespreide toekenning via een compensatiedepot mogelijk. Deze gespreide toekenning moet tijdevenredig zijn en kan alleen plaatsvinden in een periode die aanvangt op de ingangsdatum van de gewijzigde pensioenregeling en uiterlijk op 31 december 2036 eindigt.
Ten opzichte van direct toedelen bij invaren kan het inzetten van een compensatiedepot voordelig zijn, omdat er bij een compensatiedepot sprake is van gespreide toekenning. Door te spreiden worden actieve deelnemers die tijdens de compensatieperiode uit dienst gaan niet overgecompenseerd. Ook wordt met spreiden voorkomen dat bijvoorbeeld werknemers die seizoenswerk doen of onbetaald verlof hebben compensatie missen. Ook worden niet alleen de deelnemers die op invaardatum actief zijn bij het fonds gecompenseerd, maar ook deelnemers die tijdens de compensatieperiode maar na invaardatum toetreden. Tegenover deze gespreide compensatie om de mate van onder- en overcompensatie te reduceren, staat dat directe compensatie op invaarmoment mogelijk gepaard gaat met beperktere administratieve last.
Een pensioenfonds moet bij het beoordelen of de compensatieregeling kan worden uitgevoerd en past binnen de evenwichtigheid van de transitie in zijn geheel twee vragen beantwoorden:
Het nadeel van de gemiste toekomstige pensioenopbouw wordt bepaald aan de hand van een modelberekening. Deze modelberekening kan op meerdere wijzen worden uitgevoerd. Wij noemen hierna twee voorbeelden.
De modelberekening kan bijvoorbeeld door aan de hand van een stochastische analyse het netto profijt effect te berekenen van de oude pensioenovereenkomst in het FTK met de huidige wijze van pensioenopbouw, ten opzichte van eenzelfde doorrekening met de gewijzigde wijze van toekomstige pensioenopbouw onder de nieuwe pensioenovereenkomst. Het is in sommige gevallen ook mogelijk om met behulp van de actuele marktrente (rentetermijnstructuur) via een deterministische berekening de netto contante waarde van de toekomstige premies en/of toekomstige pensioenopbouw met en zonder doorsneesystematiek te benaderen. In deze benadering worden toekomstige overrendementen gelijkgesteld aan nul.
Het nadeel van de gemiste toekomstige pensioenopbouw is onder meer afhankelijk van de hoogte van de rente.1 Als de rente laag is, dan leidt een stijging van de rente tot hogere benodigde compensatie voor de afschaffing van de doorsneesystematiek. Het verschil tussen de actuariële opbouw die hoort bij de betaalde premie en de opbouw op basis van de doorsneesystematiek wordt namelijk groter bij een hogere rente. Hier staat het effect tegenover dat de hogere rente ook zorgt voor sterkere verdiscontering van het toekomstige nadeel.
Compensatie ziet op de gemiste toekomstige pensioenopbouw, als gevolg van het afschaffen van de doorsneesystematiek. Compensatie die om andere redenen wordt toegekend geldt niet als compensatie in de zin van dit wetsvoorstel. Het berekende nadeel van enkel de gemiste toekomstige pensioenopbouw door de wijziging van de wijze van pensioenopbouw (ook wel de “enkele transitie” genoemd) is dan ook de maximale compensatie die een pensioenfonds mag toebedelen.
Het pensioenfonds is overigens niet verplicht om het (volledige) nadeel te compenseren. Het kan bijvoorbeeld zijn dat bepaalde generaties die nadeel van de afschaffing doorsneesystematiek ondervinden door een ander onderdeel van de transitie juist een voordeel ondervinden. Dan kan het pensioenfonds ervoor kiezen om het nadeel (deels) niet te compenseren.
Compensatie is slechts één van de instrumenten die het pensioenfonds tot haar beschikking heeft bij het aanwenden van het vermogen die van invloed zijn op de evenwichtigheid van de transitie, naast de initiële vulling van de solidariteits- of risicodelingsreserve en de bestuurlijke ruimte binnen de omrekenmethode. Het pensioenfonds onderbouwt hoe alle keuzes bij het invaren, waaronder de compensatie, leiden tot een transitie die als geheel evenwichtig is.
Het pensioenfonds en sociale partners onderbouwen de transitie-effecten in ieder geval op basis van de maatstaf netto profijt en de maatstaf pensioenverwachtingen in een pessimistisch, verwacht en optimistisch scenario.
Deze Q&A heeft betrekking op de volgende wet- en regelgeving:
Q&A’s bieden nader inzicht in de beleidspraktijk van DNB doordat we daarin wettelijke toezichtregels interpreteren. Onder toezicht staande instellingen kunnen ook op andere wijze aan de wet- of regelgeving voldoen. Instellingen moeten daarbij wel gemotiveerd aan DNB kunnen aantonen dat zij met hun invulling voldoen aan de wet- of regelgeving. Voor een nadere toelichting op de status van de beleidsuitingen van DNB zie de Leeswijzer beleidsuitingen DNB op Open Boek Toezicht.
[1] Het nadeel van afschaffing doorsneesystematiek kan ook afhankelijk zijn van de ontwikkeling van de lonen of andere economische factoren.
03 maart 2026
Nieuwsbericht toezicht
FATF heeft een update van haar ‘grijze’ en ‘zwarte’ lijsten gepubliceerd.
Lees meer Update FATF-waarschuwingslijsten februari 2026
03 maart 2026
02 maart 2026
Nieuwsbericht toezicht
De Nederlandsche Bank (DNB) kan partijen de mogelijkheid bieden om een boetezaak vereenvoudigd af te doen. Als een onderneming of een persoon bereid is de feiten van de overtreding te erkennen en de boete te accepteren, kan DNB de boete verlagen met 15% en volstaan met een verkort boetebesluit.
Lees meer Boetezaken eenvoudiger af te handelen
02 maart 2026
24 februari 2026
Nieuwsbericht toezicht
Vandaag is Toezicht in Beeld 2025-2026 gepubliceerd. Hierin presenteert DNB een overzicht van toezichtactiviteiten in 2025 en licht zij de prioriteiten voor 2026 toe. De publicatie biedt ook inzicht in het risicobeeld van de sectoren onder toezicht.
Lees meer DNB publiceert Toezicht in Beeld 2025-2026
24 februari 2026
12 februari 2026
Nieuwsbericht toezicht
Op 12 augustus 2026 treedt het vernieuwde handhavingsbeleid van De Nederlandsche Bank (DNB) in werking voor de tijdige indiening van statistische rapportages. Dit geldt momenteel voor de volgende rapportageprofielen: MESRAP, MER en CFI Benchmark.
Lees meer Nieuw handhavingsbeleid voor tijdige indiening van statistische rapportages
12 februari 2026
Om de gebruiksvriendelijkheid van onze website te optimaliseren, maken wij gebruik van cookies.
Lees meer over de cookies die wij gebruiken en de gegevens die we daarmee verzamelen in onze cookie-policy.