Waarschuwing: oplichters actief! Oplichters bellen u op met een telefoonnummer van DNB en zeggen dat ze bij DNB werken. Wij bellen u nooit. Ga hier nooit op in. Lees meer

Doorstroomsector

Nederland is een belangrijke speler in de financiering van multinationals. Om juridische en fiscale redenen leiden multinationals vaak grote geldstromen via Nederlandse financiële holdings. Deze holdings hebben zelf nauwelijks economische activiteiten in Nederland. Dit dashboard geeft inzicht in deze ‘doorstroom’.

Wat is doorstroom?

Wanneer een buitenlands moederbedrijf een Nederlandse dochter opricht, dan krijgt die dochter geld van het moederbedrijf in de vorm van eigen vermogen en leningen. Er is sprake van ‘doorstroom’ wanneer de dochter die middelen niet gebruikt voor bedrijfsactiviteiten in Nederland, maar doorzet naar het buitenland om daar andere bedrijfsonderdelen te financieren. Nadat het geld door de Nederlandse dochter is gestroomd, staan op haar balans deelnemingen (zoals aandelen) en leningen zowel aan de activazijde als aan de passivazijde. Op deze ‘doorstroomposities’ wordt dividend en rente betaald en ontvangen (‘inkomensstromen’).  

Verreweg het grootste deel van de doorstroom verloopt via Nederlandse dochters die alleen worden gebruikt voor financieringsdoeleinden en die nauwelijks personeel hebben. Dit soort dochters worden in de statistieken van DNB ‘Financiële holdings van multinationals’ genoemd. Samen vormen zij de ‘doorstroomsector’. 

In beleidsdiscussies over doorstroom zijn voor deze ‘financiële holdings van multinationals’ verschillende termen gebruikt, zoals ‘captive financial institutions’, ‘bijzondere financiële instellingen’, ‘doorstroomvennootschappen’ en ‘brievenbusmaatschappijen’. Bekijk hier de uitleg over deze verschillende definities. 

Omvang doorstroomsector

De totale financiële omvang van de doorstroomsector (het totaal van alle bezittingen) is ongeveer vier keer zo groot als het Nederlandse bruto binnenlands product (bbp). Ten opzichte van het bbp daalt de omvang van de totale doorstroomsector sinds 2016. Deze daling hangt samen met beleidsmaatregelen die Nederland minder aantrekkelijk hebben gemaakt als doorstroomland. Als gevolg hiervan zijn geldstromen verplaatst naar andere landen. Multinationals hebben in Nederland financiële holdings opgeheven en minder nieuwe financiële holdings opgericht.

Vooral buitenlandse relaties

De balans van de doorstroomsector bestaat voor het grootste deel uit activa (‘bezittingen’) en passiva (‘schulden’) met het buitenland. De enorme omvang maakt de doorstroomsector zeer bepalend voor de ontwikkelingen op de lopende en financiële rekening van de betalingsbalans, met name bij de ingaande en uitgaande ‘directe investeringen’.

Bovenstaande grafiek laat zien dat de bezittingen van Nederlandse financiële holdings van multinationals voor ongeveer 90% buitenlands zijn. De schulden zijn zelfs bijna volledig aan het buitenland.

Beperkte schulden aan Nederlandse financiële instellingen

De doorstroomsector is onderdeel van de financiële sector, maar staat daar bijna volledig los van. Er zijn beperkte schulden aan andere Nederlandse financiële instellingen. Daarom valt de sector buiten de nauwe maatstaf voor niet-bancaire financiële intermediatie waarmee potentiële financiële risico’s buiten het bankwezen worden gemeten.

Soorten financiële holdings van multinationals

In de doorstroomsector onderscheiden we twee soorten financiële instellingen:

  • Special Purpose Entity (SPE’s)
    Ongeveer de helft van de doorstroomsector bestaat uit financiële holdings die internationaal ‘Special Purpose Entity’ (SPE) worden genoemd. Bij SPE’s bestaat de balans vrijwel uitsluitend uit buitenlandse bezittingen en schulden.

  • Overige financiële holdings van multinationals
    De ‘Overige financiële holdings van multinationals’ vormen de rest van de doorstroomsector. Zij hebben net als de SPE’s nauwelijks personeel in dienst, maar ze voldoen niet aan de SPE-definitie omdat ze financiële relaties hebben met Nederland. Zij hebben een deelneming in een Nederlands bedrijf, of zijn een in Nederland gevestigde beursgenoteerde topholding. Ook bij dit type holdings zijn de internationale posities veel groter dan de binnenlandse, en vindt dus een aanzienlijke doorstroom plaats. 

Voor inzicht in doorstroom is het daarom beter om naar cijfers voor de gehele doorstroomsector te bekijken, met zowel SPE’s als Overige financiële holdings van multinationals. 

Voor een volledig beeld van doorstroom, moeten ook de geld en handelsstromen buiten de doorstroomsector om worden beschouwd. Zo verloopt de doorstroom van royalty’s en licenties via de internationale dienstenhandel van niet-financiële dochters van multinationals.

Doorstroomposities per land

In de afgelopen decennia zijn doorstroomposities van honderden miljarden euro’s ontstaan met landen waarmee Nederland economisch nauw verbonden is, zoals de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland.

Daarnaast zijn er omvangrijke posities met andere zogeheten ‘doorstroomjurisdicties’, zoals Luxemburg, Ierland, Singapore en Zwitserland. Deze landen worden net als Nederland vaak door multinationals gebruikt als doorstroomland. Een geldstroom gaat om fiscale en juridische redenen soms door meerdere landen alvorens bij het niet-financiële dochterbedrijf uit te komen waar de uiteindelijke investering plaatsvindt.

In bovenstaande grafiek zijn de bezittingen en de schulden van de doorstroomsector in het buitenland te zien.

Inkomensstromen per regio

De enorme doorstroomposities leiden ieder jaar tot tientallen miljarden euro’s aan ingaande en uitgaande inkomensstromen met buitenlandse regio’s, in de vorm van rente, dividend en ingehouden winsten. Een klein deel van deze inkomensstromen, is afkomstig uit Nederlandse deelnemingen en leningen. Bijna alle inkomens die de doorstroomsector in Nederland en het buitenland verdient, gaan naar het buitenland. 

* De categorie 'rest van de wereld (onbepaald)’ betreft de rente en het dividend op uitgegeven effecten. Van deze inkomensstromen is op basis van de gebruikte bronnen alleen bekend welk deel naar het buitenland gaat, maar de precieze omvang per land is onbekend.

De grootste inkomensstromen zijn met de statistische categorie ‘rest van de wereld’, waaronder het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten vallen. Ook de inkomensstromen naar andere doorstroomjurisdicties zijn groot, in het bijzonder aan de inkomende kant. ‘Laagbelastende jurisdicties’, met een effectief belastingtarief van minder dan 15%, zoals de Kaaimaneilanden en Bermuda, hebben een relatief klein aandeel in de totale doorstroom.

Doorstroom wijzigt door transacties

Door wijzigingen in de internationale regelgeving kan het voor multinationals aantrekkelijk worden om deelnemingen en leningen naar andere landen te verplaatsen. De transacties in tabel 15.8 geven inzicht in deze herstructureringen. Met negatieve transacties worden doorstroomposities in Nederland afgebouwd, en met positieve transacties juist nieuwe posities opgezet.

Meer informatie