Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

17 maart 2015 Toezicht Toezichtlabel Q&A

Vraag:

Hoe wordt omgegaan met het renteafdekkingsbeleid in de iteraties bij de vaststelling van het vereist eigen vermogen op grond van het standaardmodel?

Antwoord:

De wijze van itereren is afhankelijk van het rentebeleid dat het pensioenfonds voert en is verschillend voor de situatie waarin het fonds de renteafdekking richt op (een percentage van) de rentegevoeligheid van de verplichtingen dan wel voor de situatie waarin het rentebeleid is gericht op de rentegevoeligheid van het belegd vermogen.

Renteafdekking in iteratief proces 

Het vereist eigen vermogen (VEV) wordt bepaald aan de hand van een iteratief proces, waarin vanuit de initiële balans wordt geïtereerd tot een evenwichtssituatie. Voor de evenwichtssituatie geldt dat het eigen vermogen precies gelijk is aan het eigen vermogen, berekend na toepassing van de voorgeschreven schokken op de balans in evenwichtssituatie. De wijze van itereren is omschreven in artikel 2 van bijlage 3 van de Regeling Pensioenwet. Het beleggingsbeleid met de bijbehorende beleggingskarakteristieken blijft daarbij gelijk.

Bij de iteraties onderscheiden we twee situaties (of een combinatie daarvan) voor S1 renterisico, afhankelijk van de manier waarop het renteafdekkingsbeleid is vorm gegeven:

  1. Het pensioenfonds hanteert een renteafdekkingsbeleid waarbij een percentage van de rentegevoeligheid van de verplichtingen wordt afgedekt, bijvoorbeeld 50 procent. In die gevallen blijft de impact van de renteschok op de activa en passiva (en daarmee de totale impact van S1) gelijk in de iteraties, omdat bij de iteraties de omvang en daarmee de rentegevoeligheid van zowel beleggingen als verplichtingen gelijk blijven.
  2. Het pensioenfonds hanteert een vaste rentegevoeligheid van de beleggingen, bijvoorbeeld een duration van 10 voor de beleggingen. In die gevallen wijzigt de impact van de renteschok op de activa in de verschillende iteraties, maar niet op de passiva; bij de iteraties wijzigt immers de omvang van de beleggingen en daarmee de rentegevoeligheid van het eigen vermogen.

De wijze van itereren, d.w.z. de renteafdekking in de verschillende iteraties, is dus afhankelijk van het rentebeleid dat het pensioenfonds voert.

In onderstaande tabellen wordt een voorbeeld gegeven van vaststelling van het vereist eigen vermogen in situatie 1 (Tabel 1) en situatie 2 (Tabel 2). Hierbij wordt in de eerste iteratie (kolom 2, initiële toetswaarde solvabiliteit) uitgegaan van de strategische rentehedge op balansdatum. Voorts wordt in de iteraties naar het VEV (in evenwicht, kolom 4) uitgegaan van het strategisch rentebeleid volgens situatie 1 dan wel situatie 2.

Tabel1: Vaststelling VEV bij vast renteafdekkingspercentage (o.b.v. strategisch afdekkingspercentage)
Iteratie 1 2 …. Na voldoende iteraties
DG 105,0% 122,5%   125,3%
TV 100,0 100,0   100,0
Beleggingen 105.0 122,5   125,3
EV 5 22,5   25,3
 
S1 (TV) 20,0 20,0   20,0
S1 (Beleggingen) 10,0 10,0   10,0
S1 (Totaal) 10,0 10,0   10,0
S2 15,8 18,4   18,8
Toetswaarde
solvabiliteit
22,5 24,9   25,3
Initieel VEV
Tabel 2: Vaststelling VEV bij vaste rentegevoeligheid van de beleggingen(o.b.v. strategische duration beleggingen)
Iteratie 1 2 …. Na voldoende iteraties
DG 105,0% 122,1%   123,3%
TV 100,0 100,0   100,0
Beleggingen 105,0 122,1   123,3
EV 5,0 22,1   23,3
 
S1(TV) 20,0 20,0   20,0
S1(Beleggingen) 10,5 12,2   12,3
S1(Totaal) 9,5 7,8   7,7
S2 15,8 18,3   18,5
Toetswaarde
solvabiliteit
22,1 23,2   23,3
Initieel VEV

VEV bij feitelijke beleggingen 

Voor de bepaling van het VEV bij de feitelijke beleggingen wordt in de iteraties op dezelfde wijze omgegaan met de renteafdekking als voor de bepaling van het VEV bij het strategisch beleggingsbeleid.

Het enige verschil tussen het strategische en feitelijke VEV voor wat betreft de iteraties van de renteschok is dat voor het strategische VEV wordt uitgegaan van het strategische afdekkingspercentage van bijvoorbeeld 50 procent of de strategische rentegevoeligheid met een duration van 10, terwijl voor het VEV bij de feitelijke beleggingen wordt uitgegaan van het feitelijke afdekkingspercentage van bijvoorbeeld 55 procent of de feitelijke rentegevoeligheid van een duration van 11 wordt gehanteerd.

Tabel 3: Vaststelling VEV bij feitelijke beleggingen bij vast rente­afdekkingspercentage (o.b.v. feitelijk afdekkingspercentage)
Iteratie 1 2 …. Na voldoende iteraties
DG 105,0% 121,7%   124,4%
TV 100,0 100,0   100,0
Beleggingen 105,0 121,7   124,4
EV 5,0 21,7   24,4
 
S1(TV) 20,0 20,0   20,0
S1(Beleggingen) 11,0 11,0   11,0
S1(Totaal) 9,0 9,0   9,0
S2 15,8 18,3   18,7
Toetswaarde
solvabiliteit
21,7 24,1   24,4
Initieel VEV feitelijk
Tabel 4: Vaststelling VEV bij feitelijke beleggingen bij vaste rente-gevoeligheid van de beleggingen(o.b.v. feitelijke duration beleggingen)
Iteratie 1 2 …. Na voldoende iteraties
DG 105,0% 121,3%   122,4%
TV 100,0 100,0   100,0
Beleggingen 105,0 121,3   122,4
EV 5,0 21,3   22,4
 
S1(TV) 20,0 20,0   20,0
S1(Beleggingen) 11,6 13,3   13,5
S1(Totaal) 8,5 6,7   6,5
S2 15,8 18,2   18,4
Toetswaarde
solvabiliteit
21,3 22,3   22,4
Initieel VEV feitelijk

Dynamisch rentebeleid

Als een pensioenfonds een dynamisch strategisch beleggingsbeleid voert, dan wordt deze dynamiek niet meegenomen in de iteraties voor de vaststelling van het vereist eigen vermogen (VEV). Het strategisch beleggingsbeleid wordt constant verondersteld in de iteraties (d.w.z. gelijk aan de situatie op balansdatum). Als het strategisch beleggingsbeleid voor de renteafdekking bijvoorbeeld een afdekkings­percentage kent dat afhankelijk is van de dekkingsgraad, dan wordt het afdekkingspercentage niet verhoogd of verlaagd als in de iteraties de dekkingsgraad wijzigt.

Voor de berekening van het VEV bij de feitelijke beleggingen wordt het feitelijke afdekkingspercentage of de feitelijke duration constant gehouden in de verschillende iteraties.

Relevant voor:

  • Pensioenfondsen