Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

Aanpassing risicoprofiel van het strategisch beleggingsbeleid gedurende transitie

WTP Factsheet

Gepubliceerd: 29 juni 2023

Bekijk eerdere versies in het archief

Transitie beleggingsbeleid

Pensioenfondsen hebben de mogelijkheid om voor te sorteren op de risicohouding in het nieuwe pensioencontract. Een pensioenfonds kan hier pas toe besluiten en het strategisch beleggingsbeleid aanpassen nadat het pensioenfonds de risicohoudingen per cohort heeft vastgesteld, de invaarbesluitvorming is afgerond en de uitkomsten daarvan zijn vastgelegd in het implementatieplan. Deze mogelijkheid geldt voor alle pensioenfondsen, ongeacht het (beleids)-dekkingsgraadniveau en ongeacht of het pensioenfonds gebruik maakt van het transitie-FTK. Een pensioenfonds onderbouwt dat de verhoging of verlaging van het risicoprofiel van het strategisch beleggingsbeleid aansluit bij de risicohouding per cohort in het nieuwe contract die voor het implementatieplan zijn vastgesteld.

Pensioenfondsen krijgen in de periode na de besluitvorming en afronding van het implementatieplan tot het moment van invaren ruimte om het strategisch beleggingsbeleid aan te passen aan de risicohouding per leeftijdscohort in het nieuwe contract. In sommige situaties, zoals voor pensioenfondsen met grote of complexe beleggingsportefeuilles die materiële aanpassingen niet in een keer kunnen doorvoeren, kan het wenselijk zijn om het beleggingsrisico tijdens de transitie geleidelijk aan te passen, met het oog op de overgang naar de nieuwe pensioenregeling. Deze mogelijkheid bestaat dus ook als een pensioenfonds niet beschikt over het vereist eigen vermogen op basis van het huidige FTK.

Een beleggingsmix gericht op het nieuwe stelsel hanteren, terwijl het FTK nog van kracht is, kan wel leiden tot een (tijdelijke) sub-optimale risico-exposure voor bepaalde leeftijdscohorten. Het is belangrijk dat het pensioenfonds de (gevolgen van) de sub-optimale risico-exposure voor bepaalde leeftijdscohorten meeneemt in de besluitvorming. De effecten hiervan moeten worden meegenomen in de onderbouwing van het invaarbesluit in het implementatieplan.

Een verhoging van het risico van de beleggingsmix – terwijl niet is voldaan aan de vereiste VEV-hoogte – of een verlaging is alleen toegestaan als een fonds het besluitvormingsproces om in te varen heeft doorlopen (afgerond) en het fonds de aanpassing van het risicoprofiel van het strategisch beleggingsbeleid onderbouwd heeft opgenomen in het implementatieplan.

De aanpassing van het strategisch beleggingsbeleid is gekoppeld aan de vastgestelde risicohoudingen van het nieuwe contract. De geplande aanpassingen van het strategisch beleggingsbeleid en onderbouwing daarvan zijn onderdeel van het implementatieplan. Voor de aanpassing van het risicoprofiel van het strategisch beleggingsbeleid, zoals bedoeld in artikel 36 Besluit FTK, zal een fonds bij het vaststellen van het strategisch beleggingsbeleid beoordelen en vastleggen of het gebruik wil maken van deze overgangsmaatregel en op welke manier hieraan invulling wordt gegeven. Hiervoor gelden ook de eisen volgend uit de prudent person regel, beheerste en integere bedrijfsvoering en de regels ten aanzien van uitbesteding (van vermogensbeheer).

Het pensioenfonds kan op grond van artikel 36, lid 1, van het Besluit FTK eenmalig het risicoprofiel van het strategisch beleggingsbeleid in een tekortsituatie vergroten. Deze mogelijkheid is opgenomen in regelgeving naar aanleiding van de Wet aanpassing financieel toetsingskader per 1 januari 2015. Deze mogelijkheid is geen onderdeel van deze factsheet, zie daarvoor de Q&A Eenmalige mogelijkheid voor vergroting risicoprofiel in een tekortsituatie.

Bij besluit niet in te varen

Als het pensioenfonds uiteindelijk besluit de bestaande opbouw niet in te varen, dan brengt het fonds het risicoprofiel van het strategisch beleggingsbeleid zo snel mogelijk terug naar het originele risicoprofiel van het strategische beleid.

Voor de status van deze beleidsuiting en uitleg daarover kunt u de leeswijzer beleidsuitingen DNB raadplegen.

Relevante wet- en regelgeving:

  • Artikel 135 Pw
  • Art 1a, Art 12, (Art 13), Art 13a, Art 36 Besluit FTK
  • Artikel 47 (lid 4) Besluit uitvoering PW en WVB