Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

De samenleving verandert. We worden met zijn allen steeds ouder en we blijven niet meer ons hele leven bij dezelfde werkgever. Daarom is het belangrijk dat ons pensioenstelsel mee verandert.

Waarom komt er een nieuw pensioenstelsel?

Het pensioenstelsel nu heeft een aantal kwetsbaarheden. Zo doen pensioenfondsen een belofte over de hoogte van het pensioen aan de mensen die deelnemen aan het fonds. Maar als de rendementen op de beleggingen van het pensioenfonds tegenvallen, kunnen pensioenfondsen deze belofte niet waarmaken. Tegenover de beloftes die een pensioenfonds doet, staat bovendien één gezamenlijke pot met beleggingen. Dit leidt tot discussie tussen deelnemersgroepen in het fonds over wie welk deel van de gezamenlijke pot krijgt. Zeker nu pensioenfondsen niet voldoende geld in kas hebben om nu en in de toekomst alle pensioenen uit te keren. Tot slot blijven mensen veel minder dan vroeger hun hele leven bij dezelfde werkgever, maar het pensioenstelsel gaat daar nog wel van uit. Werkenden die halverwege hun carrière het pensioenfonds verlaten omdat zij als zelfstandige aan de slag gaan, bouwen bijvoorbeeld te weinig pensioen op voor de pensioenpremie die zij inleggen. Het pensioenstelsel sluit daarom niet goed aan op de veranderde arbeidsmarkt.

Ons pensioenstelsel moet met de tijd mee veranderen om deze kwetsbaarheden op te lossen. Daarom heeft het kabinet met de sociale partners (de werknemers- en werkgeversorganisaties) een pensioenakkoord gesloten. DNB had hierin een rol als onafhankelijk adviseur.

Wat blijft hetzelfde in het nieuwe pensioenstelsel?

In het nieuwe pensioenstelsel blijven een aantal sterke punten van ons pensioenstelsel nu behouden. In het nieuwe stelsel blijven we met zijn allen voor levenslang pensioen sparen en delen we nog steeds de risico’s van ouderdom, overlijden en arbeidsongeschiktheid met elkaar. Ook blijft sprake van een gezamenlijke uitvoering van pensioenregelingen en een gezamenlijk beleggingsbeleid waarmee pensioenuitvoerders de kosten voor deelnemers beperkt kunnen houden. Ook de verplichte pensioenopbouw via de werkgever blijft, waardoor veel mensen deelnemen aan het stelsel.

Wat is er anders in het nieuwe pensioenstelsel?

  • In het nieuwe pensioenstelsel staat de pensioenpremie centraal en doet het pensioenfonds niet langer een belofte over de hoogte van het pensioen. Het pensioenfonds belegt de pensioenpremie en houdt voor iedere deelnemer het persoonlijk deel van het gezamenlijke pensioenvermogen bij. Zo kan iedereen direct zien hoeveel vermogen er voor zijn of haar eigen pensioen gereserveerd is. Daardoor geeft het nieuwe stelsel veel minder aanleiding voor discussie over onzekere beloftes en over de verdeling van de gezamenlijke pot.
  • In het nieuwe stelsel komt de pensioenpremie van iedere deelnemer terecht in ieders persoonlijk pensioenvermogen. Te veel of te weinig pensioen opbouwen voor de betaalde pensioenpremie is daardoor grotendeels verleden tijd. Hierdoor sluit het stelsel beter aan op de veranderde arbeidsmarkt. Omdat de pensioenpremie voor alle leeftijden een gelijk percentage is, zijn de pensioenkosten in het nieuwe stelsel stabieler en nemen pensioenkosten niet toe naarmate werknemers ouder worden.
  • In het nieuwe stelsel kunnen pensioenuitvoerders bij het beleggen van de premies meer rekening houden met verschillen tussen groepen deelnemers. Zo kunnen jongeren meer risico’s nemen dan ouderen, omdat zij nog verder van hun pensioenleeftijd af zijn en nog jarenlang premies kunnen afdragen. Ouderen hebben minder mogelijkheden om tegenvallers op te vangen en daarom meer behoefte aan zekerheid. Voor hen wordt daarom minder risico genomen.
  • Door bovenstaande veranderingen wordt pensioen persoonlijker. Maar als werkgevers en werknemers dat willen, kunnen zij in het nieuwe stelsel kiezen om binnen het gezamenlijke pensioenvermogen met elkaar een apart deel aan te houden om tegenvallers op te vangen. De regels voor dit aparte deel moeten vooraf vast liggen. Zo is voor iedereen vooraf duidelijk hoe dit gezamenlijk deel wordt gevuld, bijvoorbeeld met een stukje van de pensioenpremie of met een deel van het rendement in goede jaren. En is ook duidelijk wanneer er geld vanuit het gezamenlijk deel naar de persoonlijke pensioenvermogens gaat.

Daarnaast hebben kabinet en sociale partners afspraken gemaakt over de AOW-leeftijd, vervroegd pensioen, keuzemogelijkheden voor het pensioen en nabestaandenpensioen.

Lees meer over de veranderingen op de website van Rijksoverheid

Wanneer komt er een nieuw pensioenstelsel?

Nu er een akkoord met concrete plannen is, maakt het kabinet een wetsvoorstel om de Pensioenwet aan te passen. Als de Tweede Kamer en de Eerste Kamer hiermee akkoord gaan, gaat de nieuwe Pensioenwet in. De nieuwe regels voor pensioen zullen naar verwachting gelden vanaf 1 januari 2022. Op zijn laatst op 1 januari 2026 moeten werkgevers, werknemers en pensioenuitvoerders alle pensioenregelingen hebben aangepast aan het nieuwe stelsel. In de periode tussen 2022 en 2026 kunnen sociale partners en pensioenuitvoerders afspraken maken over de nieuwe pensioenregeling en over de overstap van de huidige regeling naar de nieuwe regeling. Deze overstap is een ingewikkeld proces. Het kabinet en sociale partners hebben de einddatum 1 januari 2026 gekozen om sociale partners en pensioenuitvoerders voldoende tijd te geven om dit proces zorgvuldig te doorlopen.

Wat is de rol van DNB bij het nieuwe pensioenstelsel?

DNB adviseert het kabinet en de sociale partners over het nieuwe pensioenstelsel. Als toezichthouder op pensioenuitvoerders zal DNB bij de overstap naar het nieuwe stelsel er toezicht op houden dat de overstap eerlijk en zorgvuldig gebeurt. Namens DNB zat Tjerk Kroes, divisiedirecteur van Economisch Beleid & Onderzoek, in de stuurgroep die namens het kabinet en de sociale partners het pensioenakkoord uitwerkte.