Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

Onderstaande grafieken tonen de ontwikkeling van de omvang en verdeling van de woninghypotheken op de balans van financiële instellingen in Nederland.

Halverwege 2022 hadden Nederlandse huishoudens samen ruim EUR 783 miljard aan hypotheekschuld bij Nederlandse financiële instellingen (grafiek 1). Dat is 20% meer dan tien jaar geleden. Relatief ten opzichte van het bbp (grafiek 2) nam de hypotheekschuld bij Nederlandse financiële instellingen af van 100% begin 2012 tot 87% halverwege 2022. DNB verzamelt geen gegevens over woninghypotheken van Nederlandse huishoudens bij buitenlandse hypotheekaanbieders.

Banken

Banken zijn de grootste spelers op de hypotheekmarkt met een totaal uitstaand bedrag van EUR 545 miljard halverwege 2022, oftewel 70% van het totaal.

De bancaire hypothecaire kredietverlening nam vanaf de jaren negentig tot de kredietcrisis sterk toe. Naast de sterke inkomensgroei droegen ook enkele structurele factoren bij aan de toename van de kredietverlening in deze periode, zoals:

  • Toename van het aantal huishoudens
  • Toename van het aantal tweeverdieners
  • Versoepeling van de verstrekkingscriteria
  • Hypotheekproducten met géén of beperkte aflossingsverplichting voor het einde van de looptijd

Afgezien van de recente coronaperiode is de groei van de bancaire hypothecaire kredietverlening sinds de kredietcrisis gering. Dit komt onder meer doordat de belastingaftrek op aflossingsvrije hypotheken voor nieuwe afsluiters is beperkt en doordat aflossen in het algemeen populairder is onder huishoudens.

Institutionele beleggers

Een andere reden voor de beperkte groei van de bancaire hypothecaire kredietverlening, is dat institutionele beleggers (pensioenfondsen, verzekeraars en beleggingsinstellingen) sinds enkele jaren marktaandeel winnen. Terwijl de groei van de Nederlandse hypotheekschuld de afgelopen decennia grotendeels via banken verliep, komt de groei sinds 2014 voornamelijk op conto van institutionele beleggers. Deze waren verantwoordelijk voor 87% van de totale stijging van het uitstaand hypothecair krediet aan Nederlandse huishoudens over de periode 2014 tot medio 2022. Halverwege 2022 hadden institutionele beleggers voor EUR 140 miljard aan hypotheken op de balans staan (20% van het bbp) en zijn daarmee na de banken de grootste hypotheekverstrekkers.

Overige financiële instellingen

Bij de overige financiële instellingen (OFI's), die voor het grootste deel bestaan uit financieringsmaatschappijen en securitisatievehikels, is daarentegen sprake van een dalende tendens. De daling heeft te maken met enerzijds het feit dat banken woninghypotheken minder vaak securitiseren en anderzijds met strengere boekhoudregels, waardoor banken gesecuritiseerde woninghypotheken steeds vaker op hun eigen balans moeten laten staan (waardoor ze niet bij de OFI’s worden meegerekend). Ook de hogere investeringen in woninghypotheken door institutionele beleggers droegen daar enigszins aan bij omdat zij minder hypotheken securitiseren. Halverwege 2022 stond daardoor nog EUR 87 miljard aan woninghypotheken op de balans van de OFI's, een afname van bijna 60% ten opzichte van het bedrag in 2010.

Wat zijn securitisaties?

Bij securitisaties worden leningen aan huishoudens en bedrijven gebundeld en als obligaties herverpakt via speciaal daarvoor opgerichte ondernemingen. In Nederland gaat het daarbij overwegend om woninghypotheken. Daarmee kunnen de oorspronkelijke kredietverstrekkers zoals banken middelen vrijspelen om bijvoorbeeld nieuwe leningen te verstrekken.

Onderwerpen woninghypotheken