Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

Factsheet overbruggingsplan pensioenfondsen

WTP Factsheet

Gepubliceerd: 29 juni 2023

Bekijk eerdere versies in het archief

Financieel toetsingskader pensioenfondsen tijdens transitie (transitie-FTK) en overbruggingsplan (artikel 150p en artikel 150q Pensioenwet)

Vanaf de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen (WTP) ontstaat voor pensioenfondsen een overgangsfase van uitvoering van de bestaande pensioenregeling naar een nieuwe pensioenregeling. Het financieel toetsingskader pensioenfondsen zal hiervoor gedurende de overgangsfase tijdelijk worden aangepast, het zogenoemde transitie-FTK, voor pensioenfondsen die voornemens zijn in te varen als bedoeld in artikel 150m Pensioenwet (Pw).

Een pensioenfonds dat naar verwachting zal invaren, kan vanaf de inwerkingtreding van het wetsvoorstel tot het moment van invaren gebruik maken van het transitie-FTK. Hiervoor dient een pensioenfonds een concreet en haalbaar overbruggingsplan ter instemming in bij De Nederlandsche Bank (DNB). Het pensioenfonds kan na instemming door DNB dan, voor zover relevant, afzien van het jaarlijks indienen van een herstelplan en de bestaande wettelijke voorwaarden voor toeslagverlening zijn dan deels niet van toepassing.

Het pensioenfonds, dat gebruik wil maken van het transitie-ftk, dient jaarlijks een overbruggingsplan tijdig ter instemming in bij DNB. Deze datum verschilt per kalenderjaar. Het overbruggingsplan moet bij DNB worden ingediend:

  1. voor het jaar 2023: uiterlijk 1 september
  2. voor de jaren 2024 en 2025: uiterlijk 1 juli
  3. voor het jaar 2026: uiterlijk 1 april

Vereiste beschrijving en onderbouwing in het overbruggingsplan

In het overbruggingsplan beschrijft het pensioenfonds de financiële situatie van het pensioenfonds in de periode tot het pensioenfonds overgaat tot invaren maar uiterlijk op 1 januari 2027. Uitgangspunt van de beschrijving is de dekkingsgraad van het pensioenfonds op 31 december van het voorgaande jaar (150p, lid 3 Pw).

Acht onderdelen zijn verplicht om op te nemen in het overbruggingsplan:

  1. Het pensioenfonds onderbouwt waarom het vanuit het belang van deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden (’deelnemers’) een overbruggingsplan indient (150p, lid 4, onderdeel a, onder 1 Pw).

  2. Het pensioenfonds onderbouwt hoe de invaardekkingsgraad is vastgesteld (150p, lid 4, onderdeel a, onder 2 Pw).

  3. Het pensioenfonds onderbouwt hoe de premiedekkingsgraad bijdraagt aan de financiële positie van het pensioenfonds (150p, lid 4, onderdeel a, onder 3 Pw).

  4. Het pensioenfonds onderbouwt hoe zal worden voldaan aan de vereisten van het minimaal vereist eigen vermogen en het vereist eigen vermogen indien het pensioenfonds niet of niet meer gebruik maakt van de regeling voor overbruggingsplannen (150p, lid 4, onderdeel a, onder 4 Pw).

  5. Het pensioenfonds onderbouwt hoe het rekening heeft gehouden met generatie-effecten in termen van netto-profijt die ontstaan door het indienen van een overbruggingsplan, waarbij deze onderbouwing alleen wordt opgenomen in het eerste overbruggingsplan dat wordt ingediend vóór het implementatieplan is ingediend en vervolgens in het eerste overbruggingsplan nadat het implementatieplan is ingediend (150p, lid 4, onderdeel a, onder 5 Pw).

  6. Het pensioenfonds neemt een beschrijving op van de voorziene ontwikkeling van de technische voorzieningen (TV) en de waarden gebaseerd op een deterministische analyse op basis van een dekkingsgraadsjabloon (artikel 47, lid 1, onderdeel b Besluit Pw en Wvb).

  7. Het pensioenfonds neemt een beschrijving op van de concrete maatregelen waardoor het eigen vermogen binnen de looptijd van het overbruggingsplan op de invaardekkingsgraad komt, waarbij rekening wordt gehouden met de toeslagverlening en de overige verplichtingen van het pensioenfonds gebaseerd op een deterministische analyse op basis van een dekkingsgraadsjabloon. Het pensioenfonds toont daarbij aan in welke mate financiële en economische ontwikkelingen gedurende de looptijd van het overbruggingsplan invloed hebben op de financiële ontwikkeling van het pensioenfonds. DNB heeft hiertoe een dekkingsgraadsjabloon ter beschikking gesteld. Dit komt overeen met de regeling voor herstelplannen op grond van artikel 16, lid 2, van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen. (47, lid 1, onderdeel c en 47, lid 3, Besluit Pw en Wvb).

  8. Het fonds onderbouwt als het nog geen implementatieplan heeft ingediend de verwachting dat het zal overgaan tot een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m, eerste lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 145l, lid 1, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling (47, lid 2, Besluit Pw en Wvb)

DNB publiceert de sjablonen en toelichting op de overbruggingsplannen op Mijn DNB, dienst toezicht aanvragen. Het sjabloon en de toelichting daarop voor het overbruggingsplan 2023 vindt u hier.

De concrete maatregelen (zie hiervoor onder punt 7) mogen er niet toe leiden dat doelbewust het risico groter wordt dat het fonds niet voldoet aan de vereisten ten aanzien van het eigen vermogen. Dat staat in artikel 47, lid 5, Besluit uitvoering Pw en Wvb. In afwijking hiervan kan op grond van artikel 47, lid 5, Besluit uitvoering Pw en Wvb een pensioenfonds eenmalig, na dit in het implementatieplan te hebben onderbouwd, het strategisch beleggingsbeleid aanpassen, mits dit past bij de risicohoudingen per cohort die voor het implementatieplan zijn vastgesteld. Als het pensioenfonds besluit niet over te gaan tot het invaren, dan brengt het pensioenfonds het risico van het strategische beleggingsbeleid zo snel mogelijk terug naar het eerdere niveau.

Dekkingsgraad waarbij technische voorzieningen voor minder dan 90% door waarden is gedekt (Art 150q, lid 4 en lid 7 Pw)

Als het pensioenfonds op 31 december van enig jaar een dekkingsgraad heeft waarbij de technische voorzieningen voor minder dan 90% door waarden worden gedekt, dan neemt het pensioenfonds binnen drie maanden na het tijdstip waarop het overbruggingsplan moet zijn ingediend maatregelen waardoor de dekkingsgraad minimaal 90% wordt. Eventuele kortingen worden direct in de technische voorzieningen verwerkt en direct ofwel in beginsel evenredig gespreid in de tijd doorgevoerd gedurende maximaal de termijn die wordt gebruikt voor het overbruggingsplan, waarbij de eerste termijn wordt doorgevoerd in het jaar waarin het overbruggingsplan is ingediend.

Invaardekkingsgraad in de periode vóór indienen implementatieplan (Art 150q, lid 5 en lid 7 Pw)

Als een pensioenfonds dat nog geen implementatieplan heeft ingediend een dekkingsgraad heeft waarbij de technische voorzieningen voor minder dan 95% door waarden worden gedekt, werkt het in het overbruggingsplan uit hoe het in de looptijd van dat plan zal komen tot een (verwachte) invaardekkingsgraad van minimaal 95%. Als de maatregel inhoudt dat bestaande pensioenaanspraken en -rechten worden verminderd (kortingen), dan moet een pensioenfonds de volgende maatregelen nemen:

  • Kortingen moeten evenredig in de tijd gespreid worden gedurende maximaal de termijn die wordt gebruikt voor het overbruggingsplan.
  • Daarbij moet de eerste termijn direct in de TV worden verwerkt en doorgevoerd in het jaar waarin het overbruggingsplan is ingediend.

Invaardekkingsgraad in de periode na indienen implementatieplan (Art 150q, lid 6 en lid 7 Pw)

In de overbruggingsplannen die worden ingediend nadat het pensioenfonds het implementatieplan heeft ingediend, werkt het pensioenfonds onderbouwd uit hoe het zal komen tot een specifieke invaardekkingsgraad voor het pensioenfonds. De invaardekkingsgraad is de dekkingsgraad die een pensioenfonds nodig heeft om te komen tot een verantwoorde, uitlegbare en evenwichtige overstap naar de uitvoering van de gewijzigde pensioenovereenkomsten. Het is daarmee een financiële uitwerking van de besluitvorming over de gewijzigde pensioenovereenkomsten en de compensatie. Eventuele kortingen worden direct in de TV verwerkt en direct doorgevoerd in het jaar waarin het overbruggingsplan is ingediend. Indien de dekkingsgraad volgens de deterministische analyse hoger uitvalt dan de relevante invaardekkingsgraad, dan hoeft het fonds geen maatregelen ten aanzien van de dekkingsgraad te nemen.

Toeslagverlening (Art 47, lid 4, Besluit uitvoering Pw en Wvb)

In drie gevallen kan geen toeslag worden verleend in de looptijd van het overbruggingsplan:

  • bij een beleidsdekkingsgraad onder 105%
  • bij een dekkingsgraad onder 105% of, nadat het pensioenfonds het implementatieplan heeft ingediend, een dekkingsgraad onder de invaardekkingsgraad
  • voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds door de toeslagverlening lager zou worden dan 105% of lager dan de invaardekkingsgraad.

Netto profijt (Art 150p, lid 4, onderdeel a, onder 5 Pw en Art 46e, lid 2, Besluit Pw en Wvb)

Bij de vereiste generatie-effecten in termen van netto-profijt, wordt de vba-rekenmethodiek als bedoeld in artikel 46c Besluit uitvoering Pw en Wvb, gehanteerd. Het netto-profijt-effect dat onstaat door gebruikmaking van het transitie-FTK wordt berekend door het netto profijt van het ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst of beroepspensioenregeling af te zetten tegen het netto profijt bij gebruikmaking van het transitie-FTK, waarbij de wijzigingen van het beleid gedurende de looptijd van het overbruggingsplan zijn meegenomen. Dit volgt uit artikel 46e, lid 2, Besluit Pw en Wvb. Het resultaat van het netto profijt wordt uitgedrukt als percentage van de marktwaarde van te verwachte pensioenuitkeringen bij het ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst dan wel beroepspensioenregeling.

Bij de berekening van het netto-profijt-effect wordt voor de jaren ná de transitie-periode uitgegaan van het ongewijzigd voortzetten van de pensioenovereenkomst of beroepspensioenregeling als zou er géén overbruggingsplan zijn ingediend (nFTK). Dit volgt uit artikel 46e, lid 2, Besluit Pw en Wvb.In de modellering van het ongeiwijzgde contract (nFTK) worden eventuele beleidswijzigingen die met het oog op de transitie naar het nieuwe stelsel zijn doorgevoerd buiten beschouwing gelaten, het fonds sluit daarbij zoveel mogelijk aan op het beleidskader en het financiële toezichtkadersbeleid dat het heeft vastgelegd in de actuariële en bedrijfstechnische nota en dat op 30 juni 2022 van toepassing is (art. 46c, lid 3, onderdeel a, Besluit Pw en Wvb).

De netto-profijt-effecten worden in ieder geval berekend per leeftijdscohort in hele geboortejaren waarbij onderscheidgemaakt wordt tussen deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden (art 46e, lid 8, Besluit uitvoering Pw en Wvb).

Informeren deelnemers, adviesrecht verantwoordingsorgaan en goedkeuringsrecht belanghebbendenorgaan

Het pensioenfonds stelt op grond van artikel 150p, lid 4, onderdeel b, Pw informatie over het overbruggingsplan en de onderbouwing daarvan tijdig ter beschikking van de deelnemers of verstrekt deze informatie tijdig.

Het pensioenfonds stelt, op grond van artikel 150p, lid 5, Pw, het verantwoordingsorgaan in de gelegenheid advies uit te brengen over de vaststelling van het overbruggingsplan. Dit houdt in dat een advies van het verantwoordingsorgaan op een zodanig tijdstip wordt gevraagd dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het besluit. Bij het vragen van advies wordt aan het verantwoordingsorgaan een overzicht verstrekt van de beweegredenen voor het besluit en van de gevolgen die het besluit naar verwachting voor de deelnemers zal hebben. Bij het verstrekken van beweegredenen en gevolgen van het besluit zijn de kwantitatieve effecten van het gebruik maken van het transitie-FTK van belang. Hierbij gebruikt het pensioenfonds de generatie-effecten in termen van netto-profijt die ontstaan door het indienen van een overbruggingsplan. Voorts bevat de informatieverstrekking aan het verantwoordingsorgaan op grond van artikel 115a, lid 6, Pw de overwegingen en afwegingen van het pensioenfonds bij het voorgenomen besluit en een motivering waarom de effecten evenwichtig worden geacht.

Voor zover relevant heeft het pensioenfonds op grond van artikel 150p, lid 6, Pw de goedkeuring nodig van het belanghebbendenorgaan voor elk voorgenomen besluit met betrekking tot de vaststelling van een overbruggingsplan.

Algemene governance-vereisten

De reguliere voorschriften uit de Pensioenwet met betrekking tot de governance blijven van kracht, zoals bijvoorbeeld de gebruikelijke procedures binnen een pensioenfonds voor toeslagverlening. Bij de besluitvorming over het overbruggingsplan hebben ook de sleutelfuncties een rol bij de beoordeling van de financiële en niet-financiële risico’s, de keuze van het pensioenfonds voor het transitie-FTK en beoordeling van de algehele gedragslijn voor het aangaan van pensioenverplichtingen. Het intern toezicht heeft een belangrijke taak bij het oordeel over de evenwichtige belangenafweging door het pensioenfonds, ziet toe op de besluitvorming bij invaren en houdt toezicht op de risicobeheersing door het pensioenfonds.

Besluitvorming DNB

Een pensioenfonds moet op grond van artikel 150q, lid 2, Pw, het overbruggingsplan ter instemming voorleggen aan DNB. DNB zal na indiening het overbruggingsplan toetsen en in beginsel binnen acht weken besluiten of DNB wel of niet instemt met het overbruggingsplan. De acht weken termijn kan door DNB generiek of in individuele gevallen worden verlengd of eventueel opgeschort (artikel 4:15 Awb).

Voor de status van deze beleidsuiting en uitleg daarover kunt u de leeswijzer beleidsuitingen DNB raadplegen.

Relevante wet- en regelgeving

  • De artikelen 115a, 115c, 150p en 150q Pensioenwet (Pw)
  • De artikelen 110e, 145o en 145p Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb)
  • De artikelen 46e en 47 Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling (Besluit Pw en Wvb)

Ontdek gerelateerde artikelen