Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

23 september 2015 Toezicht

Toezicht

Vraag:

Dienen instellingen zogenoemde ‘aanvullend tier 1-instrumenten’ (AT1) als bedoeld in artikel 52 van de CRR en ‘tier 2-instrumenten’ (T2) als bedoeld in artikel 63 van de CRR vooraf ter toetsing voor te leggen aan de toezichthouder?

Antwoord:

Nee, om als AT1-kapitaal dan wel T2-kapitaal in aanmerking te kunnen worden genomen, behoeven instellingen deze instrumenten niet vooraf te laten toetsen door de toezichthouder. Dit geldt zowel voor de ‘significante instellingen’ (SI’s), die onder rechtstreeks toezicht van de Europese Centrale Bank (ECB) staan, als voor de ‘niet-significante instellingen’ (LSI’s), waarop De Nederlandsche Bank (DNB) toezicht houdt in samenwerking met de ECB.

Toetsing kan echter wel achteraf plaatsvinden. De toezichthouder kan tot de conclusie komen dat een instrument ten onrechte door een instelling als eigen vermogen is meegenomen en moet worden verwijderd uit own funds.

Vooral in die gevallen waarin een instelling voor het eerst een AT1- of Tier 2-instrument uitgeeft, dan wel wanneer sprake is van een complexer instrument of anderszins bijzondere situatie, kan een instelling erbij gebaat zijn om zich toch vooraf te wenden tot de toezichthouder, teneinde vast te stellen of de voorgenomen emissie van een instrument kwalificeert als AT1-kapitaal of T2-kapitaal. DNB wil instellingen aanmoedigen om in die gevallen instrumenten voor te leggen aan de toezichthouder. Significante instellingen dienen zich hiertoe te richten tot hun Joint Supervisory Teams (JST’s). Niet-significante instellingen dienen contact te zoeken met DNB. Bij vervolgemissies (niet-complex dan wel bijna een kopie van eerdere transacties) zou de instelling kunnen volstaan met een notificatie dat de transactie heeft plaatsgevonden.

DNB wijst instellingen erop dat ook bij het vooraf voorleggen géén formeel goedkeuringsbesluit van de toezichthouder zal volgen; aan de instelling zal gecommuniceerd worden dat het voorgenomen instrument is beoordeeld en dat (bij gunstige beoordeling) er op dat moment geen reden is om aan te nemen dat het instrument niet zou kwalificeren. Niet uitgesloten kan worden dat een instrument alsnog achteraf beoordeeld wordt, waarbij het oordeel anders uit kan pakken (diskwalificatie). Dit laatste is eveneens het geval bij latere kopie-transacties, waar geen beoordeling vooraf plaatsvindt.

Kiest een instelling ervoor om een uitgifte van te voren met de toezichthouder te bespreken, dan wordt instellingen aangeraden om de volgende documentatie te overleggen. Aan de hand daarvan kan worden vastgesteld of het instrument kan worden aangemerkt als AT1 of T2-kapitaal:

  1. een prospectus en termsheet die een beschrijving van de karakteristieken van het instrument bevatten;
  2. een analyse waaruit blijkt dat het instrument voldoet aan de vereisten zoals opgenomen in deel 2 van de CRR en de relevante EBA Regulatory Technical Standards (RTS), waarbij per clausule in het prospectus en de termsheet dan wel in de leningovereenkomst wordt geduid op welk criterium uit de CRR/RTS deze bepaling betrekking heeft en hoe hiermee voldaan wordt aan het relevante criterium. Hierbij worden ook meegenomen andere publicaties van de EBA (waaronder het ‘AT1 monitoring report’ en updates daarvan en Q&A’s);
  3. een beschrijving waaruit blijkt dat het instrument past in de planning van het kapitaalmanagement van de instelling;
  4. indien de emissie samenhangt met een terugkoop of vervanging, ten minste:
    een termsheet van het oorspronkelijke instrument en de tekst met voorwaarden van het te vervangen of terug te kopen instrument, inclusief een beschrijving van doel en beoogde wijze waarop de terugkoop of vervanging zal geschieden;
  5. indien de initiële rente of couponrente te betalen op het instrument periodiek aangepast wordt of kan worden of de basis van de rentevoet op een vooraf bepaald tijdstip in de toekomst van vast naar variabel verandert, ten minste:
    een beschrijving, waar mogelijk aangevuld met berekeningen, waaruit blijkt dat geen aflossingsprikkel ontstaat bij de aanpassing van de rentevoet;
  6. een beschrijving van de behandeling van het instrument in de financiële verslaggeving van de instelling die het instrument uitgeeft en de wijze waarop de financiële verslaggeving de informatie over het instrument openbaargemaakt zal worden;
  7. indien in het prospectus of het termsheet wordt aangegeven dat gebruik wordt gemaakt van een special purpose entity, als omschreven in artikel 83 van de CRR, ten minste:
    • een beschrijving van de:
      1. juridische structuur van de SPV;
      2. het intragroepsinstrument; en
      3. een met redenen omklede beschrijving van verschillen tussen het intragroepsinstrument en het externe instrument.

Resolutie 

Vanuit resolutieperspectief is van belang dat de instrumenten ook voldoen aan de vereisten van de bevoegde Resolutieautoriteit. De criteria waaraan instrumenten moeten voldoen uit hoofde van resolutie zijn nog niet definitief. Instellingen wordt aangeraden zich bij een voorgenomen emissie te wenden tot de Resolutieautoriteit.