Nadere werkafspraken AFM en DNB door de IFR/IFD
In het kader van de IFR en de IFD hebben de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) aanvullende afspraken gemaakt voor de uitvoering van het toezicht.
Lees meerU gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:
Gepubliceerd: 01 december 2015
Beheerders van beleggingsinstellingen dienen, om hun mogelijke beroepsaanprakelijkheidsrisico’s af te dekken, bijkomend eigen vermogen aan te houden of een beroepsaansprakelijkheidsverzekering (BAV) af te sluiten. De BAV moet aan specifieke voorwaarden voldoen om toegelaten te worden voor de toepassing van de verplichting in artikel 63b van het Besluit prudentiële regels Wft (Bpr).
De voorwaarden waar een BAV aan dient te voldoen zijn opgenomen in artikel 9, zevende tot en met negende lid, van de Richtlijn nr. 2011/61/EU inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (AIFMD) en de artikelen 12 tot en met 15 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 231/2013 van de Commissie tot aanvulling van Richtlijn nr. 2011/61/EU ten aanzien van vrijstellingen, algemene voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening, bewaarders, hefboomfinanciering, transparantie en toezicht (Gedelegeerde Verordening nr. 231/2013). Artikel 13 bevat de eisen omtrent de bedrijfsvoering waaraan de beheerder moet voldoen voor zijn beheersing van het beroepsaansprakelijkheidsrisico. Voordat een verzekering kan kwalificeren als BAV binnen het kader van de AIFMD, dient de instelling de onderstaande punten te controleren. DNB verwacht van een instelling die gebruik willen maken van een BAV een beargumenteerde nadere toelichting waaruit, op basis van onderstaande punten en met verwijzing naar de relevante passages in de polisvoorwaarden, blijkt dat de BAV aan de voorwaarden voldoet.
Voor de BAV in het kader van de AIFMD gelden de volgende voorwaarden:
Indien de verzekeringspolis voor de BAV niet voldoet aan één of meer van bovenstaande eisen, dan dient de beheerder bijkomend eigen vermogen (dus additioneel kapitaal) aan te houden ter grootte van 0,01% van het totale abi-vermogen. Dit percentage van 0,01% volgt uit artikel 14 lid 2 Gedelegeerde Verordening nr. 231/2013. De BAV dient te allen tijden te voldoen aan alle eisen zoals deze zijn opgenomen in de Gedelegeerde Verordening nr. 231/2013.
Indien een eigen risico voor de BAV van toepassing is, dan dient het bedrag van dat eigen risico als additioneel kapitaal te worden aangehouden, bovenop de reguliere kapitaalseisen. Dit is opgenomen in artikel 15, lid 2, laatste alinea van Gedelegeerde Verordening nr. 231/2013. Omdat een eigen risico ervoor zorgt dat de feitelijke dekking van een BAV lager is dan de minimaal vereiste dekking per schadeclaim en voor het jaartotaal aan schadeclaims, dient dit eigen risico te allen tijde volledig te worden gedekt door eigen vermogen in de vorm van kapitaal.
Zoals eerder aangegeven dient de BAV te allen tijde een dekking te bieden van minimaal 0,7% van het totale abi-vermogen per individueel schadeclaim en van minimaal 0,9% van het totale abi-vermogen voor het jaartotaal aan schadeclaims. In sommige gevallen bevat de polis voor een BAV daarnaast een maximaal verzekerde som, die als limiet op de geboden dekking werkt. DNB ziet dat verzekeraars vaak de formule gehanteren waarbij de maximale dekking van de BAV de laagste is van:
Indien de maximale dekking van de BAV lager is dan 0,9% van het totale abi-vermogen, dan voldoet de BAV niet aan artikel 15 lid 4 van Gedelegeerde Verordening nr. 231/2013 (de eis van 0,9%). Dit kan gebeuren wanneer het totaal van het beheerde abi-vermogen zodanig groot is dat de uitkomst van 0,9% de maximaal verzekerde som overtreft.
Dit betekent dat een BAV geldig is onder het voorbehoud dat het minimale dekkingsbedrag van 0,9% van het totale abi-vermogen altijd lager is dan of gelijk is aan de maximale verzekerde som. Zodra dit niet meer het geval is, voldoet de BAV niet aan artikel 15 lid 4 van Gedelegeerde Verordening nr. 231/2013. Als gevolg hiervan kan de abi-beheerder de BAV niet meer gebruiken en dient deze abi-beheerder op grond van artikel 9 lid 7 AIFMD onverwijld 0,01% van het totale abi-vermogen als additioneel kapitaal aan te houden. De beheerder is verantwoordelijk voor het monitoren van het voldoen aan de voorwaarde met betrekking tot de minimale dekking van 0,9% en dient hiervoor een adequate bedrijfsvoering in te richten. Daarnaast is de beheerder verplicht om onverwijld aan DNB te melden dat de BAV niet meer geldig is. Mocht blijken dat de abi/beheerder niet over voldoende kapitaal beschikt om het additioneel kapitaal van 0,01% van het totale abi-vermogen te kunnen aanhouden, dan is de beheerder in overtreding vanwege een tekort op de solvabiliteitseis. DNB zal haar handhavingsinstrumentarium inzetten tegen dergelijke overtredingen.
In het kader van de IFR en de IFD hebben de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) aanvullende afspraken gemaakt voor de uitvoering van het toezicht.
Lees meerMedio januari 2023 is DNB een onderzoek gestart naar marktrisico bij een aantal onder toezicht staande handelaren voor eigen rekening. Het doel van dit onderzoek was om inzicht te verkrijgen in het rapportage- en beheersingskader voor marktrisico.
Lees meerDe Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) hebben een vernieuwd samenwerkingsconvenant getekend. De twee toezichthouders leggen daarin afspraken vast over hoe zij samenwerken, onder andere rondom data-uitvragen en digitaal onderzoek.
Lees meerIn de praktijk komt het voor dat de prudentiele wet- en regelgeving niet op een correcte wijze wordt geinterpreteerd. Daarom heeft DNB voor beleggingsondernemingen en beheerders van beleggingsinstellingen een factsheet gepubliceerd waarin enkele prudentiele aandachtspunten nader worden toegelicht.
Lees meerOm de gebruiksvriendelijkheid van onze website te optimaliseren, maken wij gebruik van cookies.
Lees meer over de cookies die wij gebruiken en de gegevens die we daarmee verzamelen in onze cookie-policy.