Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

Inhoud implementatieplan pensioenfondsen

WTP Factsheet

Gepubliceerd: 29 juni 2023

Bekijk eerdere versies in het archief

In artikel 150i Pensioenwet (Pw) en artikel 145h Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb) en in artikel 46 Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling (Besluit uitvoering Pw en Wvb) staan de vereisten die ten minste in een implementatieplan moeten worden opgenomen. Voor pensioenfondsen die invaren zijn er in de wet- en regelgeving nog aanvullende vereisten voorgeschreven.

De Good Practice Inhoudsopgave implementatieplan pensioenfonds geeft een voorbeeld van hoe de inhoudsopgave van een implementatieplan eruit zou kunnen zien. Dat kunt u hier nalezen.

Vaste onderdelen implementatieplan voor alle pensioenfondsen

Dertien onderdelen zijn verplicht voor implementatieplannen van alle pensioenfondsen:

  1. Informatie over het doorlopen en te doorlopen besluitvormingsproces (art. 46, lid 1, onderdeel a Besluit uitvoering Pw en Wvb)

  2. De genomen en te nemen stappen in de implementatiefase en uitvoeringsfase en het beoogde tijdpad hiervoor. Ook wordt er in het implementatieplan aandacht besteed aan hoe er omgegaan wordt met eventuele financiële en economische schokken tijdens de transitieperiode, of andere schokken die gevolgen hebben voor de overstap (art. 46, lid 1, onderdeel b Besluit uitvoering Pw en Wvb)

  3. In hoeverre verschillende, positieve en negatieve, financiële en economische scenario’s zijn verkend en in welke situaties de afgesproken doelstellingen, voorrangsregels en maatstaven zonder meer gelden en geen nadere besluitvorming nodig is (art. 46, lid 1, onderdeel c jo. art. 44, lid 1, onderdeel d Besluit uitvoering Pw en Wvb);

  4. Het niveau van de dekkingsgraad vanaf wanneer de financiële positie van een pensioenfonds dusdanig is dat de afspraken uit het transitieplan niet meer toereikend zijn, een onderbouwing van de berekening van deze dekkingsgraad, de alternatieve afspraken die van toepassing zijn indien een pensioenfonds een dergelijke dekkingsgraad heeft en, indien van toepassing, de procedure die voor deze situatie is afgesproken (art. 46, lid 1, onderdeel c jo. art. 44, lid 1, onderdeel sub e Besluit uitvoering Pw en Wvb);

  5. Een pensioenfonds neemt in ieder geval een analyse op van de volgende zes onderdelen:
    1. operationele en IT-risico’s waaronder de continuïteit en betrouwbaarheid van de dienstverlening voor, tijdens en na de transitie en de beheersing van deze risico’s (art. 46, lid 3, onderdeel a Besluit uitvoering Pw en Wvb)
    2. de beschikbaarheid van data voor, tijdens en na de transitie en de beheersing van de risico’s hierbij (art. 46, lid 3, onderdeel b Besluit uitvoering Pw en Wvb)
    3. de datakwaliteit voor, tijdens en na de transitie en de beheersing van de risico’s hierbij (art. 46, lid 3, onderdeel c Besluit uitvoering Pw en Wvb)
    4. de procesbeheersing en de beheersing van de risico’s hierbij waarbij tevens de onderbouwing van de risicoanalyse die na inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen is uitgevoerd wordt opgenomen (art. 46, lid 3, onderdeel d Besluit uitvoering Pw en Wvb)
    5. de risico’s die samenhangen met de uitbesteding van werkzaamheden en de beheersing van deze risico’s (art. 46, lid 3, onderdeel e Besluit uitvoering Pw en Wvb)
    6. de financiële risico’s en de beheersing van deze risico’s (art. 46, lid 3, onderdeel f Besluit uitvoering Pw en Wvb).

  6. Een pensioenfonds moet kunnen aantonen dat de datakwaliteit voor, tijdens en na de transitie geborgd is. Dit doet zij door het uitvoeren van een risicoanalyse als hiervoor bedoeld in bovenstaande onderdeel 5.c (art. 46, lid 4 aanhef Besluit uitvoering Pw en Wvb).

  7. De technische uitvoerbaarheid van de pensioenovereenkomst (art. 150i, lid 2, onderdeel a Pw)

  8. De kosten die verband houden met de uitvoering van de pensioenovereenkomst ( art. 150i, lid 2, onderdeel b Pw). Hierbij kan worden aangesloten bij het onderscheid dat ook in artikel 45a Pw wordt gebruikt;

  9. De risico’s die verband houden met de uitvoering van de pensioenovereenkomst (art. 150i, lid 2, onderdeel c Pw)

  10. De risicobeheersingsmaatregelen die worden getroffen in verband met de uitvoering van de pensioenovereenkomst (art. 150i, lid 2, onderdeel d Pw)

  11. De wijze waarop zal worden omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten en ook de overwegingen daartoe (art. 150i, lid 2, onderdeel e Pw jo. art. 46, lid 2 aanhef Besluit uitvoering Pw en Wvb)

  12. De wijze waarop uitvoering zal worden gegeven aan de pensioenovereenkomst met inachtneming van de toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de gelijkebehandelingswetgeving (art. 150i, lid 2, onderdeel f Pw)

  13. Een communicatieplan (art. 150i, lid 2, onderdeel g Pw). Het communicatieplan wordt bij AFM ingediend (art. 46, lid 6 Besluit uitvoering Pw en Wvb).

    Additionele onderdelen implementatieplan voor pensioenfonds die besluiten in te varen


    Indien een pensioenfonds zal overgaan tot een interne collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m Pw dan wel artikel 145l Wvb neemt het naast bovenstaande punten ook additionele informatie op in het implementatieplan. In dat geval worden aan de onderbouwing van de omgang met pensioenaanspraken en pensioenrechten (zie punt 11 hierboven) in ieder geval de volgende tien onderdelen toegevoegd:

  14. Welk gedeelte van het vermogen wordt gebruikt om te voldoen aan de vereisten ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen (Art. 46, lid 2, onderdeel a Besluit uitvoering Pw en Wvb);

  15. indien van toepassing, de onderbouwing van het toepassen van de vba-methode voor de waardering van de pensioenaanspraken en pensioenrechten en het aanwenden van het vermogen (Art. 46, lid 2, onderdeel b Besluit uitvoering Pw en Wvb);

  16. Hoe invulling wordt gegeven aan de keuzes die een pensioenfonds op grond van artikel 150n van de Pensioenwet dan wel artikel 145m van de Wet verplichte beroepspensioenregeling kan maken (Art. 46, lid 2, onderdeel c Besluit uitvoering Pw en Wvb);

  17. Het pensioenfonds geeft ook aan op welke wijze de voorbereidingen worden getroffen voor en invulling zal worden gegeven aan de uitvoering van een besluit over de omrekenmethoden en het aanwenden van het vermogen pensioenfonds als bedoeld in artikel 150n Pw (artikel 150i, lid 3 Pw).

  18. Indien van toepassing, de hoogte van de initiële vulling van het compensatiedepot (Art. 46, lid 2, onderdeel d Besluit uitvoering Pw en Wvb);

  19. Indien van toepassing, de initiële vulling van de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve (Art. 46, lid 2, onderdeel e Besluit uitvoering Pw en Wvb);

  20. Zowel de effecten van het toepassen van het financieel toetsingskader tijdens de transitie als de effecten van de toeslagverlening tussen 1 juli 2022 en de aanvang van de transitie op grond van artikel 15c Besluit FTK (150i, lid 2, onderdeel h Pw). Het betreft volgens de Memorie van Toelichting de effecten van gebruikmaking van het transitie-ftk en toeslagverlening in de aanloop naar de transitie (vanaf 1 juli 2022) waarbij geanticipeerd kan worden op het transitie-ftk.

  21. Hoe het rekening heeft gehouden met de gevolgen voor deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners en pensioengerechtigden van de onder onderdeel 19 genoemde effecten bij gebruikmaking van overbruggingsplannen of door in de jaren 2022 en 2023 toeslagen te verlenen bij een beleidsdekkingsgraad van 105% (Art. 46, lid 2, onderdelen f en g Besluit uitvoering Pw en Wvb).

  22. Hoe zal worden omgegaan met arbeidsongeschiktheidspensioen, premievrije voortzetting en nabestaandenpensioen (Art. 46, lid 2, onderdeel h Besluit uitvoering Pw en Wvb).

  23. Indien van toepassing, de onderbouwing van het toepassen van een andere spreidingstermijn dan tien jaar bij de standaardregel, bedoeld in artikel 150 Pw of artikel 145 Wvb (Art. 46, lid 2, onderdeel i Besluit uitvoering Pw en Wvb). Zie ook Factsheet Omrekenmethoden en aanwenden vermogen pensioenfonds bij invaren.

  24. Een pensioenfonds dat besluit tot een collectieve waardeoverdracht van de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten geeft ook aan hoe het de kwaliteit van de data zekerstelt voor, tijdens en na de transitie (Art. 46, lid 4, onderdelen a en b Besluit uitvoering Pw en Wvb). Daarbij wordt ook gebruik gemaakt van werkzaamheden en onderzoek door een externe accountant of externe IT-auditor, zie hiervoor verder Q&A Wat doet het pensioenfonds om de datakwaliteit bij invaren te borgen?

Het pensioenfonds dient het implementatieplan, zonder communicatieplan, in bij DNB en het communicatieplan wordt bij de AFM ingediend (art. 46, lid 6 Besluit uitvoering Pw en Wvb). De AFM houdt toezicht op het communicatieplan en de informatieverstrekking aan pensioen- en aanspraakgerechtigden gedurende de transitie.

Het pensioenfonds dient het implementatieplan in bij DNB binnen twee weken nadat het plan door het bestuur is vastgesteld. Het voorgenomen besluit tot invaren moet samen met het implementatieplan (binnen twee weken na vaststelling) uiterlijk 1 juli 2025 bij DNB worden ingediend. Zie voor meer informatie over het indienen van het implementatieplan het factsheet Opdrachtaanvaarding en besluitvorming pensioenfondsen over transitie.

Deze factsheet is per 20-2-2024 geactualiseerd. Er is een nieuw sub 23 toegevoegd conform de tekst van artikel 46, lid 2, sub i Besluit uitvoering Pw en Wvb.

Voor de status van deze beleidsuiting en uitleg daarover kunt u de leeswijzer beleidsuitingen DNB raadplegen.

Relevante wet- en regelgeving:

  • Artikel 143, 150i van de Pensioenwet (Pw)
  • Artikel 138, 145h van de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb)
  • Artikel 46 Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling (Besluit Pw en Wvb)

Ontdek gerelateerde artikelen