Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

Proces behandeling invaarmelding door DNB

WTP Factsheet

Sinds 1 juli 2023 kunnen pensioenfondsen hun invaarbesluit en implementatieplan indienen bij De Nederlandsche Bank (DNB). Dat kan door middel van het ‘Meldingsformulier invaarbesluit en implementatieplan pensioenfondsen’ dat beschikbaar is in Mijn DNB, Dienst Toezicht aanvragen. Een toelichting op het meldingsformulier en andere transitieformulieren en het invaarsjabloon vindt u hier.

Gepubliceerd: 20 oktober 2023

Laatste update: 01 november 2023

Bekijk eerdere versies in het archief

In deze factsheet vindt u informatie over de doorlooptijd die DNB nastreeft voor de beoordeling van een invaarmelding en het proces van controle, beoordeling en besluitvorming door DNB.

Wettelijke en nagestreefde doorlooptijd

Bij de beoordeling door DNB van een invaarmelding dient onderscheid te worden gemaakt tussen:

  • de in de wet opgenomen (maximale) beoordelingstermijn van DNB en
  • de door DNB nagestreefde feitelijke doorlooptijd.

Wettelijke termijn

De wettelijke beoordelingstermijn start nadat het pensioenfonds een complete melding heeft gedaan bij DNB en eindigt op de beoogde datum van de voorgenomen waardeoverdracht. Wanneer DNB aanvullende informatie opvraagt bij het pensioenfonds wordt deze termijn opgeschort. Daarnaast kan de wettelijke termijn onder bepaalde voorwaarden worden verlengd. Dat en meer leest u in de Q&A beoordelingstermijn DNB bij invaarbesluiten.

Nagestreefde doorlooptijd

DNB ziet de wettelijke beoordelingstermijn als een uiterste – wettelijke – termijn. DNB streeft naar een kortere feitelijke doorlooptijd voor de beoordeling van invaarmeldingen. De feitelijke doorlooptijd van de beoordeling zal in de praktijk van verschillende factoren afhangen: de kwaliteit van de ingediende documentatie, het mogelijk opvragen van aanvullende informatie bij het pensioenfonds, de inhoud en de snelheid van de reactie daarop van het pensioenfonds. Ook het aantal beoordelingen dat DNB tegelijkertijd onderhanden heeft, kan van invloed zijn op de feitelijke doorlooptijd.

Beoordelingsproces in fasen

Schematisch weergegeven ziet het proces en de feitelijke doorlooptijd die DNB nastreeft er als volgt uit:

Proces behandeling invaarmelding door DNB

De beoogde doorlooptijd van de controlefase is ongeveer twee weken. DNB streeft ernaar de daarop volgende beoordelingsfase en besluitvormingsfase binnen 6 maanden af te ronden. Deze nagestreefde doorlooptijd gaat uit van een inschatting van een “normale” mate van contact met het pensioenfonds. Waar nodig, bijvoorbeeld als de piek van gelijktijdige invaarmeldingen te hoog is, kan DNB terugvallen op de mogelijkheid om van (een deel van) de maximale wettelijke termijn gebruik te maken.

Controlefase

Na de indiening van het Meldingsformulier start de controlefase. Doel van de controlefase is vaststellen dat alle verplichte documenten zoals bedoeld in de Regeling melden interne collectieve waardeoverdracht pensionfondsen bij transitie zijn ingediend. Daarbij gaat DNB ook na of alle vragen van het invaarsjabloon zijn beantwoord en of de ingediende documenten de verwachte inhoudelijke elementen bevatten. De informatie die het pensioenfonds heeft ingediend, is dan toereikend om de inhoudelijke beoordeling door DNB van start te kunnen laten gaan en de invaarmelding is dan compleet. DNB streeft ernaar deze controle binnen twee weken na ontvangst van de invaarmelding af te ronden. Zodra DNB vaststelt dat de invaarmelding compleet is, ontvangt het pensioenfonds daarover bericht.

Als DNB vaststelt dat bij de invaarmelding niet alle verplichte documenten zijn ingediend, dan zal DNB het pensioenfonds vragen om de documentatie aan te vullen. Hetzelfde geldt als het meldingsformulier of het invaarsjabloon niet volledig zijn ingevuld. De inhoudelijke behandeling gaat dan nog niet van start. Het pensioenfonds zal gevraagd worden om uiterlijk binnen acht weken de aanvraag compleet te maken. Niet complete aanvragen kan DNB niet in behandeling nemen. Het is dan ook van belang dat een pensioenfonds ervoor zorgt dat het tijdig een complete invaarmelding doet.

Beoordelingsfase

De beoordelingsfase start als de melding compleet is. In de beoordelingsfase gaat DNB de ingediende documenten inhoudelijk beoordelen op basis van artikel 46b, eerste lid Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling. Daarin zijn vijf aspecten opgenomen waarop DNB beoordeelt, te weten:

  1. het besluitvormingsproces
  2. financiële en andere risico’s
  3. de financiële effecten
  4. de collectieve actuariële gelijkwaardigheid en
  5. de evenwichtige belangenafweging door het pensioenfonds.

Zie ook de Q&A Redenen voor DNB om een verbod op invaren op te leggen

De invaarmelding wordt behandeld door een team bestaande uit een coördinator en een aantal experts die bovengenoemde aspecten beoordelen. De coördinator van het beoordelingsteam is gedurende het gehele proces aanspreekpunt voor het pensioenfonds en houdt het pensioenfonds op de hoogte van de voortgang van de beoordeling.

Voor een zorgvuldige beoordeling van de invaarmelding is het mogelijk dat DNB het pensioenfonds in de beoordelingsfase vragen stelt en/of aanvullende informatie opvraagt. Het is ook mogelijk dat DNB het pensioenfonds vraagt om de ingediende documenten mondeling of schriftelijk toe te lichten. DNB streeft ernaar om binnen een maand na de start van de beoordelingsfase vast te stellen of DNB aanvullende informatie nodig heeft voor de beoordeling en het pensioenfonds hierover te berichten.

Als DNB aanvullende informatie opvraagt, stelt DNB schriftelijk een termijn voor de beantwoording. In beginsel bedraagt deze termijn twee weken. Indien nodig kan DNB een langere termijn voor de beantwoording geven. De antwoorden van het pensioenfonds kunnen DNB aanleiding geven tot het stellen van nieuwe vragen.

Besluitvormingsfase

In de besluitvormingsfase rondt DNB de beoordeling van de invaarmelding af met een beschikking of DNB wel of geen verbod oplegt.

Als DNB geen verbod op de voorgenomen collectieve waardeoverdracht oplegt, dan ontvangt het pensioenfonds direct een beschikking. In de beschikking kunnen voorschriften opgenomen worden als er aandachtspunten uit de beoordeling naar voren zijn gekomen. Het pensioenfonds zal deze voorschriften moeten naleven om over te kunnen gaan tot de voorgenomen collectieve waardeoverdracht.

Als DNB voornemens is een verbod op de voorgenomen collectieve waardeoverdracht op te leggen, dan ontvangt het pensioenfonds eerst een voorgenomen beschikking. DNB zal het pensioenfonds vragen om binnen twee weken een zienswijze te geven op de voorgenomen beschikking. DNB zal de informatie uit de zienswijze wegen bij het nemen van een (definitieve) beschikking en zal vervolgens de beschikking aan het pensioenfonds sturen.

Na het besluit

Het pensioenfonds kan binnen zes weken na de dag van bekendmaking van de beschikking van DNB bezwaar maken tegen de beschikking.

Als er na ontvangst van de beschikking om geen verbod op te leggen er materiële wijzigingen zijn bij het pensioenfonds ten opzichte van de ingediende documenten, of als achteraf blijkt dat het pensioenfonds onjuiste of onvolledige informatie aan DNB heeft verstrekt, dan moet het pensioenfonds dat onmiddellijk aan DNB melden. Ook als het pensioenfonds de beoogde datum van waardeoverdracht uitstelt, dan moet het pensioenfonds dat onmiddellijk melden aan DNB.

Partiële beoordeling

Bij een partiële beoordeling legt een pensioenfonds een afgebakend deel van het gehele invaarbesluit aan DNB voor wanneer het pensioenfonds de besluitvorming daarover heeft afgerond. DNB toetst vervolgens of dit deel van deze invaar-besluitvorming aan de eisen van de Wtp voldoet. Logischerwijs vergemakkelijkt een positief afgeronde partiële beoordeling het proces voor beoordeling van de volledige invaarmelding. Fondsen kunnen een verzoek tot partiële beoordeling bij hun toezichthouder/contactpersoon melden.

Voor de status van deze beleidsuiting en uitleg daarover kunt u de leeswijzer beleidsuitingen DNB raadplegen.

Wettelijke grondslag:

  • artikel 150m, tweede lid Pensioenwet
  • artikel 46b, eerste lid Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling