Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

03 april 2015 Toezicht Toezichtlabel Factsheet

In de meeste pensioenregelingen is een ambitie opgenomen om het opgebouwde pensioen welvaarts- of waardevast te houden. Dat wil zeggen dat wordt gestreefd naar een verhoging van de opgebouwde rechten en aanspraken aan de hand van de loonontwikkeling (welvaartsvast) of de prijsontwikkeling (waardevast). Deze mogelijke jaarlijkse verhoging van de pensioenrechten en pensioenaanspraken wordt toeslag of indexatie genoemd. In het vervolg van deze factsheet wordt, net als in de Pensioenwet, de term toeslag gebruikt.

Voorwaardelijke toeslagverlening 

In de meeste pensioenregelingen is de toeslagverlening voorwaardelijk vormgegeven. Er bestaat dan geen automatisch recht op verhoging van het pensioen of de pensioenaanspraak. Het toekennen van een toeslag is dan niet alleen afhankelijk van de financiële positie van het pensioenfonds, maar ook van de beslissing van het bestuur van het pensioenfonds om al dan niet de toeslag te verlenen. Daarbij moet worden voldaan aan de wettelijke regels ten aanzien van voorwaardelijke toeslagverlening. De beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds fungeert daarbij als een belangrijke graadmeter.

Regels ten aanzien van voorwaardelijke toeslagverlening 

In artikel 137 van de Pensioenwet en artikel 15 van het besluit ftk zijn een aantal regels opgenomen ten aanzien van voorwaardelijke toeslagverlening:

  1. Een pensioenfonds moet beleid vaststellen met betrekking tot het verlenen van voorwaardelijke toeslagen en incidentele toeslagverlening. Hieruit moet blijken of en zo ja in welke mate toeslagverlening wordt beoogd, of en zo ja welke maatstaf (dit kan looninflatie of prijsinflatie zijn, maar ook een vast percentage) wordt gehanteerd voor de toeslagverlening en welke methodiek wordt gehanteerd voor het compenseren van in het verleden niet (of niet volledig) toegekende toeslagverlening en doorgevoerde kortingen.
  2. Bij een beleidsdekkingsgraad lager dan 110% mag geen toeslag worden verleend.
  3. Boven 110% geldt de toeslagregel die stelt dat er genoeg vermogen beschikbaar moet zijn om de nu te verlenen toeslag naar verwachting ook in de toekomst te kunnen realiseren.
  4. Wanneer pensioenfondsen loon- of prijsinflatie als maatstaf hanteren dan wordt het toeslagpercentage dat maximaal kan worden toegekend uitgedrukt als een percentage van de door het pensioenfonds gehanteerde maatstaf. Vervolgens wordt dat percentage toegepast op de feitelijk in dat jaar gerealiseerde maatstaf. Zie hiervoor ook het rekenvoorbeeld in de Q&A ‘Hoogte van de toe te kennen (toekomstbestendige) toeslagverlening’.

De laatste drie hiervoor genoemde regels ten aanzien van voorwaardelijke toeslagverlening zijn niet van toepassing op volledig herverzekerde pensioenfondsen en op pensioenfondsen waarbij de werkgever een onvoorwaardelijke bijstortingsverplichting heeft tot het minimaal vereist eigen vermogen en het een regeling betreft met een onvoorwaardelijke toeslagverlening ter hoogte van minimaal het prijsindexcijfer voor de actieve deelnemers.

Regels voor inhaalindexatie en het ongedaan maken van kortingen

Afhankelijk van de beleidsdekkingsgraad kan extra toeslag worden verleend om misgelopen toeslagen in het verleden te compenseren (inhaalindexatie) of in het verleden doorgevoerde vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten te compenseren. Dit noemen we incidentele toeslagverlening.

De ondergrens van waaraf incidentele toeslagverlening kan worden verleend wordt bepaald door het maximum van enerzijds de beleidsdekkingsgraad waarbij volgens de toeslagregel volledige indexatie kan worden verstrekt én anderzijds het vereist vermogen. Als het pensioenfonds over meer vermogen beschikt dan het vermogen dat behoort bij de bedoelde ondergrens dan kan het verschil tussen het feitelijk aanwezige eigen vermogen (afgemeten aan de beleidsdekkingsgraad) en de bedoelde ondergrens in enig jaar voor een vijfde deel worden aangewend voor incidentele toeslagverlening.

Voorwaardelijkheidsverklaring

Een toeslag is volgens artikel 95, lid 3 van de Pensioenwet alleen voorwaardelijk als in alle informatie die aan de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden wordt verstrekt, en in de pensioenovereenkomst, uitvoeringsovereenkomst en het pensioenreglement, een voorwaardelijkheidsverklaring is opgenomen. Als dit niet gebeurt dan wordt de toeslagverlening onvoorwaardelijk en moet het pensioenfonds een technische voorziening treffen. Op die manier wordt voorkomen dat verkeerde verwachtingen ontstaan. De inhoud van de voorwaardelijkheidsverklaring is vormvrij.

Regels ten aanzien van communicatie over toeslagen

De pensioenuitvoerder moet de deelnemer en de pensioengerechtigden jaarlijks over de toeslagverlening informeren (ook als geen toeslag wordt verleend).

Relevant voor:

  • Pensioenfondsen